Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

loyaal - (trouw, oprecht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

loyaal bn. ‘trouw, oprecht’
Mnl. loiael ‘wettig’ [1279; CG I], maar meestal al ‘eerlijk, trouw, oprecht’, in de oudste attestatie als bijwoordelijke afleiding loialeke ‘op oprechte wijze’ [1281; CG I], loyale seriant ‘trouwe dienaar’ [1300-50; MNW-R].
Ontleend aan Frans loyal ‘wettelijk’ [1188-89; Rey] (in deze betekenis al snel verouderd) en ‘eerlijk, trouw, oprecht’ [1080; Rey], klankwettig ontwikkeld uit Latijn lēgālis ‘betrekking hebbend op de wet, wettelijk’, zie → legaal.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

loyaal [trouw] {loyael 1281} < frans loyal < latijn legalis [wettelijk, wettig] (vgl. legaal).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

loyaal bnw., mnl. loyael, liael ‘eerlijk, trouw, loyaal’, Kiliaen leael < ofrs. léal (nfra. loyal) < lat. legalis ‘wettig’. — De vorm loyaal beantwoordt dus aan de latere franse vorm loyal.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† loyaal bnw., mnl. loyael, liael (Kil. leael) ‘eerlijk, trouw, loyaal’. Uit fr. loyal, resp. ofr. léal < lat. legâlis, waaruit ook eng. loyal, leal.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

lojaal b.nw.
Getrou aan iemand of iets waartoe jy jou verbind voel.
Uit Ndl. loyaal (al Mnl.).
Ndl. loyaal uit Fr. loyal uit Latyn legalis 'wetlik, wettig'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

lojaal: getrou; Ndl. loyaal (Mnl. loyael/liael, “eerlik, getrou”), by Kil leael uit Ofr. léal (Fr. loyal) uit Lat. legalis, “wettig”, vgl. Eng. doeb. legal en loyal.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

loyaal (Frans loyal)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

loyaal ‘trouw’ -> Indonesisch loyal ‘trouw’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

loyaal trouw 1281 [CG I1, 562] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut