Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

louteren - (zuiveren)

Etymologische (standaard)werken

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

louteren ww., nog niet bij Kil. Mnl. wel lûteren, lutteren. = ohd. hlûttaren, hlûttiren (nhd. läutern), mnd. lutteren (> de. lutre, zw. luttra; ook het bnw. de., zw. lutter komt uit het Ndd.) “zuiver, schoon maken”.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

louteren, ww.: een sterke smaak krijgen (van vleeswaren die te oud worden). Wellicht afgeleide bet. van louteren ‘zuiveren’.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

louteren (Duits läutern)
Hosted by Meertens Instituut