Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lou - (niets, in uitdrukkingen, bijv. lou loene, lou kans)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

louw2 in de uitdrukking louw loene [barg.: niets] {louwloene [slechte zaken, tegenspoed] 1901-1925} < jiddisch lou lone < hebreeuws lō lānu [niet aan ons], dat het begin is van psalm 115.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

louw 2 bijw. bargoens ‘niets, weinig’ < hebr. ‘niet, on-’.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Lau, of louw, barg. = geen, b.v. lau kans, lau moos (= geen geld), voor louw (= gratis), van hebr. lau = neen, niet. Soms ook zwakker opgevat, misschien door gedachte aan louw = halfwarm, dus = niet veel, heel weinig. Ook als betuiging = neen : Brusse, Boefje 37: “Nou, ze (de beesten uit een draaimolen) hadde ook wel ’n lollig lévetje, zoo altijd op de kerremis voor louw te magge draaien”; a.w. 44: “De dokter had je voor louw as je in de bos was”; Querido, Jordaan 229: “Lauw sorg!”

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut