Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lotje - in de uitdrukking hij is van lotje getikt

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lotje in de uitdrukking hij is van lotje getikt [hij is niet goed bij zijn hoofd] {1861} is niet verklaard, maar ‘lotje’ is vermoedelijk een verkorting van de vrouwennaam Charlotte.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1435. Hij is (van lotje) getikt,

d.w.z. hij is niet wel bij zijn hoofd, hij is van malsem (zie Mnl. Wdb. IV, 1069); hij is geschiftN. Taalgids XIII, 135. Men denke aan 't schiften der melk., hij is van God verlaten (zie o.a. Mgdh. 280; Prol. 7; Falkl. V, 55; Groot-Nederland, 1914 (Oct.) p. 413: Ben je van God verlaten, zijmelknooper! Schakels, 132: Zijn jullie allemaal van god-verlaten om te profiteeren van zoo'n gluiperstreek!; hij loopt met vraagboekjes (o.a. in Sjof. 212); hij heeft een slag van den molen weg; hij is onnoozel; ook: hij is dronken (Nav. 1897, 58), hij is getikt (dit laatste o.a. Falkl. IV, 213; VII, 73; Kmz. 188; 338; Nkr. II, 22 Maart p. 4) of getiktakt (Peet, 358). Ook hoort men hiervoor hij is van Nolletje geprikt (Nav. XXI, 623); hij staat als Lotje getikt (Nav. XXII, 258). In Groningen: mit lotje bezeten, betikt, bedonderd, betoefd zijn (Molema, 21, 250 en 540); ook vraagt men daar: bist belotjet of hijlendal belotjet, ben je belazerd? (Molema, 27 b); in Nav. XXII, 198 en bij Harreb. II, 37: hij is van lorretje gepikt, met de verklaring: de dwaas doet als de papegaai: hij praat wel, maar spreekt niet (vgl. no. 930 en het Zuidndl. van 't haantje gepikt zijn, ontevreden zijn), doch ook geeft hij op: hij is van Lotje getikt; Harreb. II, VIII: Hij is van Joostje (de duivel) getikt; Afrik. van die lotjie getik wees; Maastricht: van Lorretsche getik zien (Breuls, 90); in Jord. 254: van lorretje geprikt (zie ook Ndl. Wdb. VIII, 2937); bl. 87 en 102: door zijn test (hoofd) geprikt; in Nkr. III, 24 Jan. p. 2: in zijn kop geprikt. Eene afdoende verklaring is vooralsnog niet te gevenKan het ook eene scheepsuitdrukking zijn en eig. beteekenen een klap gekregen hebben van het lorretje, dat is de bezaansbras? Zie Sewel, 141: De bezaans bras, de pispot, 't lorretje, the mizan sheet; vgl. ook Ndl. Wdb. VIII, 2938.. Zie nog Noord en Zuid IV, 106 en vgl. Sara Burgerhart, 139: Benje in je hersens gepikt (vgl. Halma, 1127: avoir le cerveau blessé, in de hersenen geprikt zijn). Voor Zuid-Nederland zie Antw. Idiot. 780: Van Lotje getikt zijn, min of meer in het hoofd geraakt zijn, zijn volle verstand niet hebben. In onze litteratuur wordt de uitdr. o.a. aangetroffen in M. de Br. 94; Slop, 173; Nkr. III, 17 Januari p. 2; Prikk. V, 11; Zondagsbl. van Het Volk, 1 Febr. 1913, p. 1 k. 1: Ik sta, alsof ik van Lotje getikt ben; 1906, p. 216; enz.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal