Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

-loog - (-wetenschapper)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

-loog [achtervoegsel met de betekenis ‘iem. die thuis is in een bepaalde wetenschap’] {in bv. astroloogh 1609, theoloog 1656} met dit achtervoegsel worden van zelfstandige naamwoorden op -logie persoonsnamen afgeleid die de beoefenaar van de in het grondwoord aangeduide wetenschap of leer noemen < frans -logue of direct < grieks -logos (vgl. meteōrologos [meteoroloog]), van legein [spreken] → -logie.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

-loog (Grieks -logos)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut