Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

loods - (schuur)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

loods 2 zn. ‘keet’
Mnl. loige ‘tent’ [1240; Bern.], ‘eenvoudig bouwsel’ in logen ende tenten [1285; CG II], ‘overdekte uitbouw, balkon, erker e.d.’ in loegen diere ‘kostbare erkers’ [1285; CG II], loodsekine van loveren ‘loofhutten’ [1300-25; MNW-R], timmeren ... an die lootse in die teghelrie ‘timmeren aan de loods in de steenbakkerij’ [1364; MNW].
Ontleend aan Oudfrans loge ‘eenvoudig onderkomen uit takken’ [ca. 1135; Rey], ontwikkeld uit Frankisch *laubja en verwant met o.a. Oudhoogduits lauba ‘schutdak, voorgebouwtje’, zie verder het eveneens verwante → luifel.
De uitspraak van de -g- in dit woord is in het Oudfrans ongeveer /dž/ en in het Picardisch /tš/. In het Nederlands werd deze laatste uitspraak aangepast tot /ts/. De meest voorkomende Middelnederlandse spelling was al vroeg loodse, maar tot in de 18e eeuw verschijnen ook regelmatig nog de Franse vormen loge en logie. Frans loge is later opnieuw en in andere betekenissen ontleend als → loge. De oorspronkelijke betekenis is zowel in het Frans als het Nederlands ‘eenvoudig, snel neer te zetten bouwsel’, bijv. een tent of een hut van takken en gebladerte. Het diende als tijdelijke overnachtingsplek, bijv. voor een leger, en hing dus samen met mnl. loodseren ‘overnachten’, zie → logeren. Al in de 14e eeuw kon een loodse ook van hout zijn en een permanentere status hebben.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

loods2 [schuur] {loge, logie, lootse [uitbouwsel, tent, hut, stal, schuur] 1285} < frans loge (vgl. loge).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

loods 2 znw. v. ‘schuurʼ, mnl. loodse, loge v. ‘uitbouwsel, balkon, tent, loodsʼ < fra. loge < frank. *laubja ‘voorhal, galerijʼ, waarvoor zie: luifel.

Het nnl. loge is in jongere tijd nog eens ontleend en heeft de franse uitspraak behouden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

loods II (schuur), mnl. loodse, lōge v. “uitbouwsel, balkon, tent, loods, kluizenaarshut”. Uit fr. loge, dat weer uit het Germ. (zie luifel) wordt afgeleid. Een jongere ontl. is nnl. loge, met fr. uitspraak.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

loods 2 v. (hut), Mnl. loodse, loge, uit Fr. loge = tent, enz., It. loggia, Mlat. lobiam (-a), uit Germ. *laubja: Hgd. laube (z. lucht en luif).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

loods ‘schuur’ (Frans loge); ‘stuurman’ (Middelengels lodesman)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Loods (schuur) van ’t Fr. loge = tent, dat weer aan het Ohd. lauba = overdekte ruimte, hal, ontleend is; vgl. ons luifel en ’t Hgd. Laube = priëel.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

loods ‘schuur’ -> Indonesisch los ‘schuur; (markt)stalletje’; Gimán los ‘tentdak’; Jakartaans-Maleis los ‘schuur’; Javaans elos, los ‘schuur’; Keiëes los ‘schuur, afdak, bergplaats’; Madoerees ēllos ‘schuur’; Menadonees los ‘schuur’; Minangkabaus los ‘schuur’; Sasaks los ‘schuur’; Papiaments lots ‘depot’; Sranantongo lowsu ‘schuur’; Surinaams-Javaans los ‘schuur’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

loods schuur 1285 [CG Rijmb.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut