Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

long - (ademhalingsorgaan)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

long zn. ‘ademhalingsorgaan’
Mnl. lungen (mv.) ‘longen’ [1220-40; CG II], lunge ‘long’ [1240; Bern.], die longene ‘de longen’ [1253; CG II], sine longre ‘zijn longen’ [1287; CG II], longe (ev.), longen (mv.) [beide 1380-1400; MNW-P]; vnnl. long [1605; WNT uithangen].
Wrsch. een afleiding van dezelfde Germaanse wortel als het bn.licht 2 ‘niet zwaar’: wanneer men de organen van een slachtdier in water legt, komen de longen bovendrijven. Deze betekenisoverdracht is niet ongewoon: ook bijv. Engels lights ‘longen van slachtdieren’ gaat terug op hetzelfde bn., en in het Vroegnieuwnederlands (later alleen Vlaams gewestelijk) komt eveneens lichte ‘long’ [1573; Thes.] voor.
Os. lungannia (mnd. lungene, lunge); ohd. lungun(na) (mv.), lungin, lunga (nhd. mv. Lunge); ofri. lungene (nfri. long(e)); oe. lungen (ne. lung); on. lunga (nzw. lunga); < pgm. *lunganjō-, met grammatische wisseling afgeleid van de nultrap van vroeg-pgm. *lenh- ‘licht, niet zwaar’. Wrsch. werd in de afzonderlijke Germaanse talen -an, -in, -en als meervoudsuitgang opgevat, waardoor nieuwe enkelvoudsvormen ontstonden, zoals Nederlands long.
In andere Indo-Europese talen komt dezelfde betekenisoverdracht voor: Grieks pleúmōn, Latijn pulmō, Sanskrit klóman, Litouws plaũčiai, Oudkerkslavisch pljušta, alle ‘long(en)’, zijn afgeleid van de wortel pie. *pleu- ‘zwemmen, drijven’ (IEW 837), zie → vloeien. Ook Russisch lëgkoje ‘long’ en Portugees leves ‘longen’ betekenen letterlijk ‘het lichte’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

long* [ademhalingswerktuig] {longe(ne), lunge(ne) [long, pens] 1201-1250} oudsaksisch lungandia, oudhoogduits lungun, oudfries lungene, oudengels lungen, oudnoors lunga, vgl. oudsaksisch, oudhoogduits lungar, oudengels lunger [vlug]; de grondbetekenis was ‘licht’ (niet zwaar).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

long znw. v., mnl. longhe v., naast longhene, longhen, os. lungandia (voor lungannia), ohd. lungun, lungin, ofri. lungene, lungen (in samenstellingen lungirn-), oe. lungen v. (ne. lungs); met andere formatie on. lungu o. mv. — Van de idg. wt. *lengh ‘lichtʼ waartoe ook behoren os. lungor, ohd. lungar, oe. lung ‘snelʼ, vgl. on. lungr ‘paardenaamʼ. — oi. langhati ‘springtʼ, en zie verder onder licht 2 en licht 5.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

long znw., mnl. longhe v. naast longhen(e) v. = ohd. lungun, -in (mv. -unnâ), os. lungandia (voor -annia), ofri. lungen(e) (naast lungirn- in samenst.; vgl. den accus. mv. lenderna bij lende), ags. lungen v. (eng. lungs) “long”. Met korter formans on. lungu o. mv. “longen”. Ohd. lunga (nhd. lunge), mnl. longhe, mnd. lunge v. zal wel niet een oude formantische variant zijn, maar veeleer een jongere formatie bij ohd. lungun, mnl. longhen, waarin men een mv. voelde. ’t Woord komt van de germ. basis luŋʒ- “licht zijn”, waarvan ook ohd., os. lungar “vlug, sterk”: zie licht III. Vgl. voor de bet. eng. lights “longen van sommige dieren”, ier. scaman “longen” (: scaman “licht”), port. leves “id.”, russ. lëgkoje “long” (: lëgkij “licht”), arm. ť okʿ “long” (: ť eť ev “licht”). Voor een verwant van long en licht houdt men ook arm. lanǰkʿ “borst”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

long. Een vrij gewone mnl. (nog vla.) bijvorm is longher(e), die wsch. onder invloed van mnl. lēver, lēvere (zie lever) is opgekomen. — Voor de bet. vgl. nog uit ndl. taalgebied ouder-nnl. lichte en loose, door Kil. als synoniemen van longhe vermeld, en beide dial. (zuidndl.) nog voorkomend. Loose is het bnw. loos II, vgl. wvla. looze lever (Kil. lichte lever) ‘long’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

long v., Mnl. longhe en longhene, Os. lungandia + Ohd. lunga en lungun (Mhd. lunge, Nhd. id.), Ags. lungen (Eng. lung), Ofri. lungene, On. lungu (Zw. id., De. lunge): behoort bij Os., Ohd. lungar, besproken bij licht 2.

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

long, longere. In de historische eedformule bij Gods longen worden God en diens longen tot getuigen aangeroepen dat men de waarheid spreekt. Het ijdel gebruik van de formule maakt haar tot vloek, die dan weer door verbastering afgezwakt wordt. Varianten zijn: bij gans, ghans, gants, pots, lommeren, lengeren, longeren, longhergaten. In het vijftiende-eeuwse Spel vanden heilighen sacramente van der Nyeuwervaert komt de bastaardvloek hulp longeren voor (vs 877). Asselbergs (1955) oppert hier de veronderstelling dat longeren een verbastering is van jongeren in de betekenis ‘apostelen’. Ook in Mariken van Nieumeghen komt de bastaardvloek longeren voor, en in de Proza spiegel der Sonden [1351] lezen wij hulpe leveren, longeren, milten, tanden, wat ic al leets ghewinnen ‘help lever, longen, milt, wat een ellende overkomt mij’. De variant longer(e) wordt tot in de 17de eeuw vooral bij Vlaamse en Zeeuwse schrijvers aangetroffen en is ook nu nog in Vlaanderen in gebruik. In Den Haag komt volgens Sanders en Tempelaars (1998) voor krijg een koperen long, dan kun je je de pleuris poetsen! Een long van metaal is geen pretje. Deze betekenis is echter niet meer actueel in genoemde verwensing. De emotionele betekenis ervan duidt op minachting en kan weergegeven worden met ‘rot op’. → koperen.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Long rekent men bij den Germ. wt ling (Idg. lengh) = licht zijn; het zou dan bet.: het lichte lichaamsdeel (longen drijven op ’t water).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

long ‘ademhalingsorgaan’ -> Menadonees saki long, long ‘ziekte aan de longen’; Negerhollands longe ‘ademhalingsorgaan’; Papiaments † long ‘ademhalingsorgaan’; Sranantongo lon ‘ademhalingsorgaan’; Surinaams-Javaans long ‘ademhalingsorgaan’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

long* ademhalingsorgaan 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut