Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lom - (bijt(gat))

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lom3* [bijt(gat)] {loem(e), loum, lomme [bijt in het ijs] 1336-1339} buiten het germ. latijn lama [moeras], oudkerkslavisch lomŭ [poel, eig.: gebroken grond], verwant met lam2.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

lom 3 znw. v. (zuidnl.) ‘bijtgatʼ, vgl. westvla. lomme, brab. lomme, lom, loeme, Kiliaen loeme, rijnlands lom. — Men kan het verbinden met loom en lam, vooral als men let op woorden als on. lemja ‘in tweeën slaanʼ en osl. lomiti ‘brekenʼ. — Dat het woord oud is en slechts bij toeval niet in het mnl. is overgeleverd bewijst het daaraan ontleende luëme, dat van Maagdenburg en de Fläming zich oostwaarts tot ver over de Oder verbreid heeft, vgl. Teuchert Sprachreste 376 en kaart 51.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

lom 2 v. (bijt), Mnl., Kil. en Vla. loeme + Lat. lâma, Osl. lomŭ = poel, zooveel als gebroken grond, van denz. wortel als lam.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

lom ‘(gewestelijk) wak’ -> Duits dialect Lume ‘wak’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut