Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lom - (duikereend)

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Lom Lomme Lombe Oude N namen die Martens 1675 (een uit het D vertaald werk) gebruikt voor Dikbekzeekoet ↑ en/of Zeekoet ↑ (de determinatie blijkt uit een citaat in WNT p.2653) (1). Lombe en mv. Lomben hebben epenthetische b. De naam is eerder al in 1611/1612 aangetroffen [VT]. Hierbij horen de volgende buitenlandse namen voor de Zeekoet Uria aalge: D Trottellumme, D volksnaam Dumme Lumme (weer een zeevogel die er met ‘dom’ van langs krijgt; vgl. Zeezot e.a.), E Loom (Shetland) en voor de Dikbekzeekoet Uria lomvia: D Dickschnabellumme en de E volksnaam Loom. Eveneens de onder Loem ↑ genoemde namen.
Ook Houttuyn 1763 noemt (terloops) de betekenis ‘Zee-Hen’ (= Zeekoet) van de naam Lomme (p.134). Doch Houttuyn past de naam vooral toe op Linnaeus’ “Colymbus arcticus”, welke nu de Parelduiker is, maar met welke naam Linnaeus’ ws. mede de Roodkeelduiker op het oog gehad heeft (beide soorten zijn Zeeduikers) (2). De Vries 1928 geeft de friese volksnaam Lom, in Hindeloopen Lûmp, voor de Roodkeelduiker (De Vries 1912 nog niet). (3) Albarda 1897 geeft Lumme als volksnaam voor de Fuut, maar geeft geen locatie waarvoor de naam geldt. Zie voor deze referent ook Loem.
Vanaf Houttuyn is het volstrekt onduidelijk geworden (ook in het WNT) voor welke soort N Lom nu eigenlijk staat. vD 1904 geeft bij LOM de omschrijving “duikerhoen”, maar wat is een “duikerhoen”? vD noemt dit woord als lemma zelf niet! (Voor de volksnaam Dukeloentje “). Ook Sijs 2001 geeft als omschrijving van Lom nog steeds “duikerhoen” en vDE 1993 het nauwelijks begrijpelijker “duikereend”. De conclusie is, dat Lom als N vogelnaam ws. wel niet meer bestaat.
Voor de Zeeduikers bestaan de volgende buitenlandse namen: de E volksnamen Loon (Orkneys) (E loon ook: ‘vent, lummel, kinkel’; ws. onder invloed van deze betekenis: Loom >Loon), Mag Loon (Norfolk) (loon ‘lomp persoon’, gecombineerd met vrouwsnaam Mag (= Margaret; ook in E Magpie ‘Ekster’), Leaan (Yorkshire), Little Lyon (Northumberland), Speckled Loon, Sprat Loon >Spratoon (E sprat = Sprot(je) Sprattus sprattus, vis die de vogel tot voedsel dient); Am Loon (voor alle Zeeduikers Gavia); zweeds/deens/noors Lom (id.); faeroes Lómur, ijsl Lómur.
ETYMOLOGIE Gezien het samenvallen in één ijslands woord (lómur) van de betekenissen ‘(Roodkeel)duiker’ en ‘geweeklaag, gejammer, geschreeuw’ lijkt de etymologie duidelijk. Immers, (Roodkeel)duikers hebben zo’n ‘jammerende’ baltsroep, die de IJslanders goed moeten kennen, want de soort broedt o.a. op IJsland. Oudnoords lómr past hier dus bij, evenals zweeds/deens/noors Lom (mv. Lommarna, Lommerna).
In o.a. noors Lomvi ‘Zeekoet’ zit ook het element lom-, maar volgens AEW horen noors Lom- vi1, deens Lomvie2, faeroes Lomvigi en ijsl Langvía (alle = ‘Zeekoet’) bij oudnoords langvé, waarin het eerste element ‘lang’ zou betekenen. Voor het tweede element in deze naam verwijst AEW naar een grondvorm germ *wiwo, waarbij NEW (sub Wouw) drie verschillende etymologieën aanbiedt. Eén hiervan, nl. dat dit element klanknabootsend ontstaan is, wordt overgenomen door Lockwood 1993, die ijsl langvii (“attested”) (sub Longie, de shetlandse naam voor ‘Zeekoet’) verklaart als: “lang (aangehouden) viii”, als onomatopee dus. De meest voor de hand liggende verklaring voor de namen Lomvi c.s. is, dat het contaminatievormen zijn, nl. van de twee oorspr. oudnoordse vogelnamen langvé ‘Zeekoet’ en lómr ‘Zeeduiker’.
Dat de noordgermaanse naam voor Zeekoet/Zeeduiker eventueel via het fries of via het D door lening in het N is overgegaan (op ‘Zeekoet’, ‘Zeeduiker’ en tenslotte de ‘Fuut’), zou niet zo gek zijn, gezien de vele punten van overeenkomst tussen deze vogelsoorten en gezien het feit dat de eerste kennismaking met Zeekoet en Zeeduiker ws. wel plaatsvond in ver van N verwijderde streken waar deze soorten onder hun noordse naam bekend waren. Zelfs in het hongaars is de naam Lumme (voor de Zeekoet) terechtgekomen, uiteraard via lening. Toch mag de mogelijkheid van een oorspronkelijk N Loem niet uitgesloten worden, aangezien het onbeholpen lopen van de Fuut, als ware hij lam of loom, een bijzonder opvallend fenomeen is. Het eerste element in Lomvi(a) wordt nl. ook wel verklaard als ‘met plompe stappen lopen’, gedekt door het zweedse ww. loma ‘langzaam lopen’, waarmee verwant zijn N loom, lam en lummel (vgl. Lumme), mogelijk ook fries lompe ‘met zijn been trekken, hompelen’, wat goed van toepassing is op Fuut, (Roodkeel)duiker en ook op Zeekoet en Dikbekzeekoet; deze soorten bewegen zich op het land zeer onbeholpen voort. Lom is ook de naam voor een c.1 meter lange Kabeljauwachtige vis Brosme brosme die o.a. in de diepere gedeelten van de Noordzee leeft. De Vries 1992 veronderstelt dat de naam gegeven is naar de lome bewegingen van de vis (maar hoe zal men die opgemerkt hebben?). Er is dan een zekere parallel te trekken met de naamgeving aan de vogel. De naamgevers zouden dezelfde geweest kunnen zijn: friese vissers op de Noordzee, die daar ook Zeeduikers ontmoetten. Aan deze teksten zijn voetnoten verbonden (van Dahl 1908/09), die als volgt luiden: Voetnoot bij “Lange Vitter”: “Langvier el. Langver el. Lomvier (Uria troile [Zeekoet]).” Voetnoot bij “Lange Viter”: “= Lomvier.” – “N. Beskr. 124” verwijst naar het werk van Peder Claussøn-Friis 1632. Via een voetnoot van Dahl hieruit het volgende citaat: “Item Langvier, der undergrafver Jorden oc giør hendis rede der udi ...” Hiermee lijken Papegaaiduikers (verwant met de Zeekoet) te zijn bedoeld (vanwege dat graven in de grond en hun ondergronds nest).

==

1 Van noors Lomvi ‘Zeekoet’ is de gelatiniseerde vorm lomvia (in Uria lomvia = Dikbekzeekoet) afgeleid.

2 Aan het woord Vi(e) werd in een oudere deense vogelnaam nog een -t toegevoegd; het is overigens niet zeker, of we het hierbij nog over hetzelfde woord hebben. Syv c.1700 vermeldt (op twee plaatsen!) “Lange Vitter. N. Beskr: 124” en “Viter ere Adskillige. Vihta, As. [= Angelsaxisk]. Brune ere store, som Skader, med lange been og neb. De skrige om vaaren Kriture. Lange Viter. N. Beskriv. 124. - Godwit, A. [= Anglisk] Attagen. - Musvite, Titmouse, A. a sono. Parus. - Hvide Viter, Albicella.”

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lom2 [duikereend] {1612} engels loom, hoogduits Lumme < noors, deens, zweeds lom, vgl. oudnoors lómr, dat eig. ‘schreeuwer’ betekent.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

lom 2 ‘zeeduikerʼ, evenals nhd. luhme, lumme, fra. lumme, ne. loon uit het ngerm. vgl. on. lōmr (nnoorw. nzw. de. lom), blijkens nijsl. lōmur ‘geschreeuwʼ is de vogel naar zijn geluid benoemd, vgl. ook on. ‘wulpʼ, behorende bij gr. lẽrus ‘gepraatʼ, lat. lamentum ‘weeklachtʼ, lit. lóju, lóti ‘blaffenʼ, osl. lajǫ, lajati ‘blaffen, scheldenʼ, van de idg. wt. *lã voor allerlei geluiden (IEW 650). — Zie ook: lemming.

Mogelijk is echter ook de verbinding met lam 2 en loom; dan zou de vogel genoemd zijn naar zijn waggelende gang, vgl. nzw. loma ‘met plompe stappen lopenʼ (FT 654).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

lom (duikerhoen). Geldt evenals nhd. luhme, lumme v., fr. lumme, eng. loon “lom” voor een ontl. uit de., zw. lom, on. lômr m.; vgl. hierover lam II. ’t Ngerm. woord wordt echter ook met nijsl. lômr m. “kreet, jammerklacht”, on. v. “charadrius”, gr. láros “een soort zeevogel”, arm. lor “kwartel” en gr. laíein enz. (zie leeuwerik) gecombineerd.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

lom 1 v. (vogel), gelijk Hgd. lumme, luhme en Eng. loon, uit Skand.: On. lómr, Zw. en De. lom, verwant met loom en lam.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lom duikerhoen 1612 [WNT] <Noors

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut