Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lol - (plezier)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

lol zn. ‘plezier’
Vnnl. lol ‘lawaai van een krolse kat’ [1596; WNT], lol ‘deun, dreun’ [1599; Kil.]; nnl. lol ‘plezier, pret’ in dat hij hem schrikkelijk met zijne muzijk de lol verveelde ‘dat hij hem met zijn muziek verschrikkelijk het plezier bedierf’ [1802-09; WNT].
Afleiding van het Middelnederlandse ww. lollen ‘prevelen (van gebeden of liederen)’, zoals in hi beghonne te lollen ‘hij begon gebeden op te zeggen’ [1484; MNW]. De herkomst hiervan is niet zeker, maar mogelijk is het verwant met → lallen ‘dronkemanspraat uiten’ en Middelnederduits lollen ‘neuriën, mompelen’, en zie ook → lullen.
Wrsch. is de betekenisontwikkeling van ‘lawaai, luidruchtig gezang’ naar ‘plezier, pret’ gegaan. Een vroege vindplaats van die betekenis is misschien Tschemynckel en hadder geenen lol. Omdat hem zyn wyf rechts zat in de ooghen ‘De aap [de hoofdpersoon in het verhaal] had er geen plezier in, omdat zijn vrouw recht tegenover hem zat’ [1567; aangehaald bij De Bo 1873].
lolbroek zn. ‘grappenmaker’. Nnl. de lolbroek van de familie [1959; Dagblad voor Amersfoort], lolbroek ‘grapjas, grappenmaker (vaak pejoratief)’ [1974; Koenen]. Samenstelling van het zn. lol en → broek, dat vaker gebruikt wordt als tweede lid in persoonsaanduidingen, zoals hangebroek ‘druilig persoon’, schijtebroek ‘lafaard’ en bangebroek ‘id.’ (WNT). De samenstelling lolbroek is wrsch. gevormd als variant van grapjas, waarin een ander kledingstuk figureert.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lol* [pret] {1588 in de betekenis ‘eentonig gezang’; de betekenis ‘grap’ 1708; de huidige betekenis 1897} van lollen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

lol znw. v., sedert Kiliaen, die als bet. opgeeft ‘deun, dreunʼ, verbaalabstr. bij lollen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

lol znw., sedert Kil., bij wien lol, lul echter “deun, dreun” beteekent; het is van Kil. lollen, lullen “mompelen, prevelen, neuriën” (nnl. lollen, lullen), mnl. lollen “prevelen, dommelen” (waarvan lollaert (d), lollebroeder m. “Cellebroeder”, ook mhd., mnd.) gevormd. Dit is onomatopoëtisch, evenals nhd. lullen “neuriën, sussen”, mnd. lollen, lolliken “neuriën, mompelen, op een doedelzak blazen”, oostfri. lüllen “leuteren, foppen, beuzelen”, westf. (Soest) lüln “kwijlen”, eng. to lull, de. lulle, zw. lulla “in slaap zingen” en dgl. woorden buiten ’t Germ. Eng. to loll “leunen, laten hangen”, dat in bet. aan mnl. lollen “dommelen”, nnl. lollen “zich warmen boven een stoof”, Kil. lollen “foemora fovere foculo” doet denken, is ook, evenals deze ndl. woorden, onomatopoëtisch; het is niet geraden, aan een oude, met lel ablautende formatie te denken. Dial. ndl. (Zaansch) lol beteekent ook “koffie, melk en water, door elkaar gekookt” en “koffiepot”.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

lol ‘pret’ -> Fries lol ‘pret’;? Duits dialect Lol ‘vreugde (vaak met lawaai), pret (op een kermis of bruiloft)’;? Welsh lol ‘nonsens, gekkigheid’; Petjoh lol hebben ‘zin hebben’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

LOL [afkorting] (1989). De afkorting LOL (‘laughing out loud’: ‘hardop lachen’) wordt voor het eerst gebruikt in een nieuwsbrief van de organisatie achter het computernetwerk FidoNet, van 8 mei 1989. Al snel wordt de afkorting internationaal een groot succes.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lol* pret 1897 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut