Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

logica - (redeneerkunst)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

logica zn. ‘redeneerkunst’
Mnl. logike ‘redeneerkunst’ [1300-25; MNW-R], musica, logica, geometria [1420; MNW]; vnnl. musijcke ... logica ... geometrie [1500; WNT vrij].
Ontleend, in de Middelnederlandse vorm via Frans logique, aan Latijn logica ‘redeneerkunst’, dat zelf ontleend is aan Grieks logikḗ (tékhnē) ‘(kunst) van het spreken’, een afleiding van lógos ‘het gesproken woord; welsprekendheid; verhaal; verstand e.d.’, verwant met légein ‘spreken’, zie → legende.
De logica was in de oudheid en de middeleeuwen een van de zeven vrije kunsten, zie → grammatica. In de vroegste Middelnederlandse bronnen zijn deze kunstnamen meestal Franse ontleningen, zoals gramarie, musike en logike. Bij sommige is daar later de Latijnse vorm voor in de plaats gekomen, zoals logica en grammatica.
logisch bn. ‘volgens de logica’. Nnl. logisch ‘behorend tot de wetenschap der logica’ [1735; WNT], ‘overeenstemmend met de wetten der logica’ [1793; WNT]. Afleiding van logica met het achtervoegsel → -isch.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

logica [leer van de wetten van het denken] {ca. 1500, ouder logike [redeneerkunde] 1480} < latijn logica < grieks logikè (vr. van logikos [de taal betreffend, het disputeren betreffend, de rede betreffend]), verkort uit logikè technè, (technè [vaardigheid]), van logos [getal, verhaal, woord, gesprek, gedachte, filosofische begripsbepaling, rede], van legein [verzamelen, spreken, bespreken, noemen].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

logica (Latijn logica)

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Logica (< Gr. τὸ λογικόν; < λογικός; < λόγος = rede, woord; term door de Stoici gebruikt, om het deel der philosophie aan te duiden, dat betrekking heeft op de redenering; bij de latere peripatetici ook ἡ λογική sc. τέχνη).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

logica ‘leer van de wetten van het denken’ -> Indonesisch logika ‘leer van de wetten van het denken’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

logica leer van de wetten van het denken 1500 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal