Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

locomotief - (treintrekker)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

locomotief zn. ‘treintrekker’
Nnl. locomotief “de stoommachine, die tot beweging van rijtuigen en wagens wordt aangewend, de stoomwagen, -trekker” [1847; Kramers].
Ontleend aan Engels locomotive ‘id.’ [1829; OED], verkorting van locomotive engine ‘locomotief’, letterlijk ‘zich op eigen kracht verplaatsende machine’ [1815; OED], met daarin het bn. locomotive ‘betreffende de bewegingen van plaats tot plaats’ [1612; OED], een geleerde samenstelling uit Latijn locō, ablatief van locus ‘plaats’, zie → loco-, en Laatlatijn motivus ‘bewegend’, afleiding van klassiek Latijn mōtius ‘beweging’, zie → motief.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

locomotief [treintrekker] {1847} < engels locomotive, van latijn loco [van zijn plaats] (vgl. loco) + laat-latijn motivus [bewegend, in beweging brengend; beweeglijk], van movēre (verl. deelw. motum) [bewegen] (vgl. locomobiel).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† locomotief znw., sedert de eerste helft van de 19e eeuw. Uit eng. locomotive (gevormd van lat. locus ‘plaats’ en mlat. môtîvus ‘bewegend’), dat ook in andere talen is overgegaan.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

locomotief (Engels locomotive)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

locomotief ‘treintrekker’ -> Indonesisch lokomotif ‘treintrekker’; Boeginees lokomotî́ ‘treintrekker’; Javaans montip, montit ‘treintrekker’; Sranantongo loko ‘treintrekker’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

locomotief [voorspan van een spoortrein] (1839). In 1839 werd de eerste spoorlijn van Nederland in gebruik genomen, tussen Amsterdam en Haarlem. In deze periode worden uit het Engels, waar de techniek vandaan kwam, de woorden bus, cokes (‘soort kolen’), locomotief, lorrie (‘laag en vlak dienstwagentje dat door mankracht kan worden voortbewogen’), rail, tender (‘kolenwagen’), tram, trein en tunnel geleend. Neerlandicus Jan te Winkel constateert in het gedenkboek Eene halve eeuw 1848-1898: “De spoorwegen zijn bij ons al een jaar of tien ouder, dan het midden onzer eeuw. Toch zijn de meeste woorden, die daarop betrekking hebben, eerst in de tweede helft der eeuw gevormd of algemeen in gebruik gekomen. De samenstelling locaalspoor dagteekent van omstreeks 1878. Nieuw zijn alzoo spoorwet, spoornet, spoorlijn, spoortrein, ook verkort tot spoor en tot trein, waarnaast goederentrein, sneltrein, bommeltrein (een te vergeefs bestreden germanisme), pleiziertrein en ten slotte zelfs harmonicatrein. Voor spoorwagen heeft men ook wagon, dat wat ouder, en coupé, dat wat jonger is. Vvoor kolenwagen gebruikt men ook tender. Station was niet nieuw, wel stationschef, evenals wisselwachter. Aan de Duitschers ontleende men halte, aan de Engelschen stoppen. Nieuw is retourbiljet, nieuwer rondreisbiljet, allernieuwst kilometerboekje. Ook de tram, aanvankelijk tramway en toen door het volk tramwáái genoemd, is bij ons nog geen vijftig jaar oud. Sinds er aanleiding was gekomen om van stoomtram te spreken, ontstond als tegenstelling ook paardentram. De oudere “omnibus” is er grootendeels, de “diligence” bijna geheel door verdrongen. Den vroegeren “char-à-bancs” kent niemand meer.”

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

locomotief treintrekker 1847 [KKU] <Engels

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

locomotief, wielrenner die de leiding neemt, die aan de kop van het peloton rijdt. De Locomotief was ook de bijnaam van de Nederlandse renner Jaap Eden (1873–1925).

In ’92 reed Jacky Durand meer dan tweehonderd kilometer vooruit, maar vooral achter de blinde locomotief die Thomas Wegmüller heette. (De Morgen, 11/04/98)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal