Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

litteken - (overgebleven teken van een wond)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

litteken zn. ‘overgebleven teken van een wond’
Mnl. licteken ‘wondteken’ [1240; Bern.], lijcteken ‘id.’ [1253; CG I], litteken ‘kenmerk’ [1265-70; CG II]; vnnl. litteeckenen ‘littekens’ [1608; WNT], Lidt-tekens ‘sproeten’ [1668; WNT]; nnl. ook nog likteekens in de longen [1848-49; WNT].
Samenstelling van → lijk 1 ‘(dood) lichaam’ en → teken, met assimilatie -kt- > -tt-.
Mnd. līktēken; ohd. līhzeihhan ‘litteken’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

litteken* [teken van een wond] {lycteken, licteken, litteken 1253} middelnederduits likteken, oudhoogduits lihzeihhan; een samenstelling van lijk1 [vlees] (vgl. lichaam, likdoorn) + teken.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

litteken znw. o., mnl. littêkijn, lijctêkijn o. ‘litteken, bewijsstuk, kentekenʼ, mnd. līktēken o. ‘litteken, kentekenʼ, ohd. līhzeihhan o. ‘stigmaʼ. — Eig. ‘teken in het vleesʼ en samengesteld uit lijk 2 en teken (zie ook: likdoorn). — Misschien is de bet. ‘kentekenʼ beïnvloed door het woordgebruik van gelijk.

Andere woorden zijn mnl. lijclauwe, liclawe, mnd. liklawe, ohd. lihlawi, waarvan het 2de lid bet.’inkepingʼ, vgl. on. lǫgg ‘gergel, inkeping in bodem van een vat voor de duigenʼ (bij oi. lunati ‘snijdenʼ). Verder mnl. lijcseme, lijcsene v. en Kiliaen lijckstede (Sicamb.), dat nog in saksische dial. voorkomt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

litteeken znw. o., mnl. littêkijn, -en, lijctêkijn, -en o. “litteeken, bewijsstuk, kenteeken, voorteeken” (dial., N.-Bev., nog liekteikǝn). = ohd. lîhzeihhan o. “stigma”, mnd. lîktêken o. “litteeken, kenteeken”. De oorspr. bet. was “vleesch-, lichaam-teeken”, vandaar “litteeken”. De bet. “kenteeken” kan mede onder invloed van de woordfamilie van gelijk zijn opgekomen. Vgl. voor ’t eerste lid lijk II, likdoorn. De mnl. samenst. lijclauwe v. “litteeken” is ook ohd., mnd., Kil. lijckstede “id.” (“Sicamb.”) bestaat nog in saks. en aangrenzende dialecten. Mnl. komt nog lijcseme, -ene v. “litteeken” voor.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

litteeken o., Mnl. litteken, lijcteken + Ohd. lîhzeihhan (Mhd. lîchzeichen) = wondteeken, saamgest. met lijk 1 = levend vlees. Cf. likdoorn.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

litteken: merkteken v. ’n wond aan ’n lit (q.v.); Ndl. litteken, dial. likteken, ouer lijkteken, vgl. liddoring.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Litteeken, eig. vleesch-teeken, van lijk — lichaam, in welk woord het ook een samenstelling vormt met het woord haam, hulsel; dit van denzelfden stam als hemd = bedeksel, en dial. hemelen = wegbergen, dan = opruimen en opsieren, waarvan ophemelen, welk woord onder invloed kwam van hemel. Nu is lijk = dood lichaam, vroeger niet en zeide men ook: dood lijk, wat men bij ’t volk nog wel eens hoort.
Lijckteeken vindt men bij Dodonaeus o.a. voor: pokput. Hetzelfde lijk vindt men ook in likdoorn. Litteeken, vroeger lijkteeken werd, waarschijnl. onder invloed van lijk, gelijk, ook gebruikt voor kenteeken in ’t algemeen, b.v. Florianus, Ovid., Herschepp. 224: “Litteeckens ghenoegh dat hy mijn ghebedt verhoort hadde”. Vroeger gebruikte men ook voor litteeken: lijkstede (v. Dans, Thirsis Minnewit 1, 107).

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Litteeken, uit ’t Mnl. lijcteeken = teeken in ’t vleesch, door een wonde ontstaan. Zie Lijk.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

litteken* teken van een wond 1253 [CG I1, 45]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut