Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

linze - ((zaad van de) plant uit de vlinderbloemenfamilie (geslacht Lens))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

linze zn. ‘(zaad van de) plant uit de vlinderbloemenfamilie (geslacht Lens)’
Mnl. lins ‘plant, linze’ [1420; Claes 1994a], lynsen ‘linze’ [1477; Teuth.]; vnnl. de verwe van de vruchten oft Linsen ‘de kleur van de vruchten of linzen’ [1608; WNT].
Misschien ontleend aan Latijn lens (genitief lentis) ‘linze’, hoewel men dan eerder een woord op basis van de verbogen vorm verwacht, dus *lint-.
Ohd. lins, linsī, linsin ‘linze’ (nhd. Linse ‘linze’); oe. lent ‘id.’.
Verdere etymologie onduidelijk. Verwant is alleen Oudkerkslavisch lęšta. Litouws leñšis is mogelijk ontleend aan het Duits.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

linze [plant] {lins 1420} < latijn lentem, 4e nv. van lens [linze], middelnederlands lentille < frans lentille < latijn lenticula, verkleiningsvorm van lens; daarnaast middelnederlands linze, lins < hoogduits Linse, oudhoogduits linsi(n), dat eveneens wel uit het lat. zal stammen, maar waarin dan op onverklaarde wijze de t uit de stam is verdwenen (vgl. lens2).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

linze znw. v., sedert de 17de eeuw < nhd. linse, ohd. linsi. De herkomst van het woord is moeilijk te bepalen. Daar de plant niet inheems in Noord-Europa is, moet ook de naam van elders ontleend zijn. Herkomst uit lat. lens is niet waarschijnlijk, daar dit in de stamvorm lent- zou zijn overgenomen en in het ohd. dan als *linz had moeten optreden. Dan moet men wel aannemen, dat het westgerm. woord, evenals lat. lens, osl. lęšta (< *lentja) en lit. lę̄šis uit een niet indo-germ. taal is overgenomen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

linze znw., reeds Teuth. lynsen mv. = ohd. linsi v. (nhd. linse), linsî(n) o. “linze”. De ags. vorm lent v. (eng. lentil uit fr. lentille > lat. lenticula) “id.” gaat op een rom. vorm van lat. lens “id.” terug: datzelfde is ook voor de continentale vormen wsch., en wel zullen wij evenals voor ags. lent van den ouden accusatief-vorm lentem en niet van den nomin. lens moeten uitgaan. De s zal dan in ’t Hd. ontstaan zijn (vgl. ohd. flins: ndd., eng. flint “vuursteen”); in deze taal is ’t woord ook formantisch verlengd en daarna in ’t Ndl. overgegaan evenals in ’t Skandinavisch: de. linse, zw. lins “linze”. Nnl. lens “linze”, nog niet bij Kil., gaat direct op den lat. nomin. terug: de bet. “glaslens” is overdr., deze bet. hebben ook eng. lens, nhd. linse, fr. lentille. Ksl. lęšta, lit. leñszis “linze” wsch. uit ’t Germ.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

lens 3 v. (linze), uit Lat. lens: z. linze.

linze v., Mnl. linse, gelijk Ohd. linsi (Mhd. linse, Nhd. id.), uit Lat. lens = 1. linze, 2. glas in vorm van een linzenzaad. Ags. lent en Fr. lentille gaan op den Lat. acc. lentem terug.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

lensie: peulvrug- en pln. (Ervum/Lentilla lens, Lens esculenta, fam. Lentibulariaceae); wsk. via Ndl. (reeds by Kil) linze uit Hd. linze uit Ll. lentem (akkv. v. Lat. lens), hou verb. m. Eng. lentil (uit dim. lenticula); slot-ie in Afr. kan dim. wees of ontw. het uit swak beklemt. slot-e (soos o.a. in suf. -asie uit -age); ben. d. vormooreenkoms oorgedra op lens (q.v.).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

linze (Duits Linse)

C.A. Backer (1936), Verklarend woordenboek van wetenschappelijke plantennamen

Lens L. [C. Linnaeus] / Lens Moench [K. Moench] / lens, - (Lat.) linze, een vooral in Z.-Europa en Voor-Azië verbouwde peulvrucht, welke in Nederland weinig bekend zoude zijn, indien zij niet het moes hadde geleverd, waarvoor Ezau zijn eerstgeboorterecht verkocht. Vgl. Genĕsis XXV, 29-34: “Ende Jacob hadde een koocksel gekoockt; ende Esau quam uyt het velt ende was moede. Ende Esau seyde tot Jacob: Laat my toch slorpen van dat roode, dat roode daer, want ick ben moede ... Doe seyde Jacob: Verkoopt my op desen dagh uwe eerstgeboorte. Ende Esau seyde: Siet, ick ga sterven, en waertoe my dan de eerstgeboorte? Doe seyde Jacob: Sweert my op desen dagh, ende hy swoer hem ende hy verkocht Jacob syne eerstgeboorte. Ende Jacob gaf Esau broot ende het linsenkoocksel ende hy at, ende dronck: ende hy stont op, ende gingh henen: alsoo verachtte Esau de eerstgeboorte.”- De lens van Moench (zie Moenchĭa) is de linze; die van Linnaeus (zie Linnaea) is een geheel andere plant (Entāda) met groote, lensvormige zaden.

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Lins, naam van een plant, en de vruchtjes ervan; ook linze, lens en lenze; lat Lens esculenta.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

linze ‘plant’ -> Deens linse ‘plant’ (uit Nederlands of Duits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

linze plant 1420 [Claes] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut