Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lillen - (trillende bewegingen maken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

lillen ww. ‘trillende bewegingen maken’
Mnl. lyllen myt den oren ‘trillen met de oren’ [1477; Teuth.].
De etymologie is onduidelijk. Vermoedelijk houdt het werkwoord verband met → lel 1 ‘oorlel’, vnnl. lelle [1599; Kil.], dat vaak gebruikt wordt voor omlaag hangende dingen.
Mnd. lillen ‘slurpen, zuigen’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lillen* [drillen (van weke massa)] {lyllen (myt den oren) 1477} vgl. lel en oudindisch lelāyati [hij trilt].

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

lel znw., sedert Kil., die lelle met de bett. “oorlel, mammae capitulum, onder-kam (van een haan), huig, punt van de tong” opgeeft; de algemeene bet. is dus “trillende punt”. Hierbij ’t ww. lillen, niet bij Kil., die echter wel lillebeenen “palpitare pedibus” vermeldt; vgl. ook Teuth. lyllen myt den oren (zonder vert.). Ofschoon deze woorden er onomatopoëtisch uitzien en de basis, waarvan zij komen, dat ook wel zal wezen, kunnen ze oud zijn en verwant met ags. læ̂l v. “buigzame twijg, striem” en buiten ’t Germ. met ksl. lelĕti “titubare, fluctuare”, oi. lelă’yati “hij trilt, waggelt”. Ags. læ̂l stemt geheel met lit. lėlis “caprimulgus” overeen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

lel, lillen znw. resp. ww. De jonge overlevering maakt onafhankelijke onomatop. vorming waarschijnlijker dan oerverwantschap met ags. læ̂l v. en de in het art. genoemde l-formaties buiten het Germ.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

lillen ono.w., : onomat.; cf. Skr. lelayati, Osl. lelěti = waggelen, en z. lel.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lillen* drillen (van weke massa) 1477 [Teuth.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut