Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lila - (lichtpaars)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

lila bn. ‘seringkleurig, lichtpaars’
Nnl. roode, violette, lila en bruine kleurspelingen [1833; WNT violet II].
Ontleend aan Frans lilas ‘lichtpaars’ [1757; Rey], bijvoeglijk gebruik, naar aanleiding van de bloesemkleur, van de boomnaam lilas ‘sering’ [1651; Rey], jongere spelling van ouder lilac ‘id.’ [1605; TLF], ontleend aan Arabisch līlak ‘id.’, ontleend aan Perzisch līlak, nevenvorm van nīlak ‘blauwachtig’, verkleinwoord van nīl ‘blauw’, verwant met Sanskrit nīla- ‘donkerblauw’, zonder Indo-Europese etymologie.
Voordat de naam → sering in zwang kwam werd voor deze boom ook de naam lillach gebruikt: de Blaeuwe Syringa, die eygentlijck ende meest Lillach gheheeten wort [1608; Dodonaeus].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lila [lichtblauw paars] {1844} < frans lilas [sering, lila] < arabisch līlak, nīlak [sering, lila] < perzisch līlag, nīlag < oudindisch nilah [donkerblauw] (vgl. aniline).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

lila znw. en bnw., eerst na Kiliaen, ook nhd. eerst sedert de 18de eeuw < fra. lilas ‘seringʼ < spa. lilac < arab. lilāk < perz. līläǧ, nīläǧ; naar de kleur van de seringbloesem betekende lila ook een paarse kleur. Het perz. woord is afgeleid van nīlä ‘indigoʼ, waarvoor zie: aniline.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

lila znw. o. en bnw., nog niet bij Kil. Uit fr. lilas, dat ook in andere talen is overgegaan en zelf teruggaat op arab. lîlak, nîlak, dat van perz. nîlah afkomstig is, een naam van de indigoplant, evenals oi. nîlî, van oi. nī́la- “donkerkleurig, donkerblauw” gevormd.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

lila. Wsch. eerst in de 19e eeuw overgenomen; aanvankelijk lilas geschreven. Fr. lilas, ouder lilac via het Spa. uit ʼt Arab. Op laatstgenoemde spa. of fr. vorm berust ouder-nnl. (Dodonaeus) lillach, vla. lijlak ‘sering’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

lila s.nw.
Persblou kleur.
Uit Ndl. lila (1844).
Ndl. lila uit Fr. lilas 'sering, persblou kleur' uit Arabies līlak, nīlak uit Persies līlag, nīlag uit Oudindies nilah 'donkerblou'. Die kleur word wsk. so genoem na die trosse persblou blomme van die sering.
Eng. lilac.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

lila: kleurskakering (blouerig, persagtig); Ndl. lila (na Kil), ouer ook lilas, Hd. lila, Eng. lilac, uit Fr. lilas uit Arab. lilak uit Pers. lilak/nilak uit Skt. nil, “blou”, eint. naam vir “sering”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

lila (Frans lilas)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

lila ‘lichtblauw paars’ -> Indonesisch lila ‘lichtblauw paars’; Sranantongo lila ‘lichtblauw paars’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lila lichtblauw paars 1833 [WNT violet II] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut