Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lik - (het likken)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

lek, zn.: oorveeg, muilpeer. Afgeleid van lekken ‘likken’. Vgl. lik ‘oorveeg’: 1653 gaf hem sulcken lick dat hem het bloed en breyn … ter kop…uytvlogen (WNT).

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

lek (K), zn. m.: litteken. Uitbreiding van de betekenis ‘veeg, vlek’ (DB), van ww. lekken ‘likken’.

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1997), Borrelwoordenboek: 750 volksnamen voor onze glazen boterham, Den Haag

lik In 1899 in Den Haag gehoord en later ook in Amsterdam. Deze borrelnaam zal zijn ontstaan uit lik in de betekenis ‘kleine hoeveelheid die men met één beweging van de tong tot zich neemt’. Daarnaast kan het Bargoense likken ‘sterke drank drinken’ een rol hebben gespeeld. Men zei ook wel aan de fles likken voor ‘drinken’. Sinds het midden van de 19de eeuw wordt lik tevens gebruikt voor ‘gevangenis’. Vandaar de wandtekst in een café: ‘Het is beter te zitten likken dan in de lik te zitten.’

[Canter 80; Endt 76; Stoett 2:831; Zaal 91]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal