Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lik - in de uitdrukking lik op stuk

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lik1* in de uitdrukking lik op stuk [onmiddellijke en rake reactie] {na 1950} is lik vermoedelijk verkort uit een lik uit de pan krijgen [zijn deel krijgen, een schimpscheut ontvangen] {1901-1925} en stuk in de betekenis ‘zaak, punt, daad’.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2337. Een veeg (of een lik) uit de pan krijgen,

d.w.z. zijn deel krijgen van iets; eene afstraffing krijgen; een verwijt of een schimpscheut krijgen; eig. zijn portie van het eten, het lekkers krijgen en vandaar in fig. zin (zie no. 2221). Vgl. Winschooten, 90: Als het in de Kajuit reegend, soo drupt het in de Hut; dat moet oneigendlijk verstaan worden, beteekenende soo veel, als meede een streek uit de Pan krijgen; bl. 299: Hij kreeg een streek, of, hij kreeg een veeg, uit de pan: het welk oneigendlijk genoomen, soo veel beteekend: als hij had' er meede sijn voordeel van: maar spotsgewijs genoomen, hij kreeg mee' een duuw, of bokking; Brederoo II, 156: Ick stont van veers en keeck het an en dan kreegh ick altemets oock een streeck uyt de pan (iets van het lekkers); Tuinman I, 103; II, 54: Hy krygt ook een vaag uit de pan, of een brok, hij krijgt ook wat mee; Halma, 664: Hij kreeg ook eenen veeg uit de pan, hij kreeg ook iets tot zijn deel; Sewel, 536; in 't fri. in feech, een verwijt, berisping; oostfri. 'n slik oet de pan kriegen; De Arbeid, 23 Mei 1914, p. 1 k. 4: Nu ja, hij mag eens nu en dan een correspondent van een bourgeoisblad een veeg uit de pan geven; Het Volk, 23 Mei 1914 p. 9 k. 2: Toen een der sprekers den klerikalen eenige vegen uit de pan gaf; Handelsblad, 2 April 1914 (avondbl.) p. 1 k. 2: Daar kreeg het Gemeentebestuur een veeg uit de pan; 3 Maart 1914 (avondbl.) p. 5 k. 2: De gewezen cavalerie-generaal, die gezegd heeft dat men nu genoeg had van woorden eneindelijk weer eens daden wenschte te zien, moest van een lid van den Rijksdag hiervoor een veeg uit de pan krijgen; 10 Febr. 1915 (avondbl.), p. 1 k. 4: De haat in Duitschland jegens de Britten is thans zoo fel, dat men er hier (te Berlijn) letterlijk naar snakt hun een veeg uit de pan te geven; Nw. School VII, 143: Die allemaal kregen een veeg, een van hem Herm. J. Jacobs, een veeg uit de reuzepan vol Multatuliaansche scherpzinnigheid en sarcasme; De Arbeid, 6 Febr. 1915 p. 2 k. 2: Hier krijgt de regeering een veeg uit de pan, omdat zij de spanning heeft verhoogd; Groot-Nederland, Oct. 1914 bl. 413: As je nog een woord zeit, zal 'k je gedorie 'n lik uit de pan ...; Ndl. Wdb. VIII, 2393; XII, 261.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut