Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lijst - (rand)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

lijst 1 zn. ‘rand’
Mnl. lijste ‘rand of boord van een weefsel’ in .iij. drade lijste ‘zelfkanten van drie draden’ [1277; CG I], ‘rand of liggende balk in een bouwwerk of timmerwerk’ in lijste van yvore ‘ivoren ligbalken’ [1285; CG II], met dieren lijsten waest graf bevaen ‘het graf was omsloten door kostbare randen’ [begin 14e eeuw; MNW]; vnnl. lijst ‘versierde rand om een schilderij e.d.’ in taeffereel metten canten oft lysten ‘schilderij met de randen of lijsten’ [1582; WNT kant I].
Mnd. līste; ohd. līsta (nhd. Leiste); oe. līste; nzw. lista ontleend aan mnd.; alle ‘rand’, < pgm. *leistō-.
Verdere herkomst onzeker. Misschien ablautend verwant met → leest < pgm. *laisti- ‘spoor’.
Het Germaanse woord werd ontleend door de Romaanse talen en kwam via het Italiaans terug als het leenwoord → lijst 2 ‘opsomming’.

lijst 2 zn. ‘opsomming’
Vnnl. lijst ‘opsomming’ in na de Lijsten ende Ordonnantien ‘volgens de lijsten en voorschriften’ [1581; WNT].
Ontleend aan Italiaans lista ‘rijvormige opsomming’ [1503; DELI], eerder al ‘een vel papier met een opsomming van waren’ [voor 1327; DELI] en ‘strook papier of van ander vast materiaal’ [ca. 1300; DELI]. Het Italiaanse woord is ontleend aan het Germaans, wrsch. Middelhoogduits līste ‘rand’, hetzelfde woord als → lijst 1.
Ook in andere Germaanse talen werd het Italiaanse woord herontleend, vermoedelijk via het Frans. In het Duits resulteerde dat in een nieuw woord Liste ‘opsomming’ naast het bestaande Leiste ‘rand, kader’; in het Engels was het oude erfwoord voor ‘rand’ verdwenen en ontstond het nieuwe woord list. In het Nederlands viel de ontlening samen met het oude woord mnl. lijst(e), dat toen nog met ongediftongeerde lange /ī/ werd uitgesproken.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lijst* [rand, reeks] {lijst(e) [rand, boord, lijst] 1277} middelnederduits, oudengels līste, oudhoogduits līsta; behoort bij leze.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

lijst znw. v., mnl. lijste, lijst v.m. ‘rand, zoom, boord, lijstʼ, mnd. līste v.m., ohd. līsta (nhd. leiste) v., oe. līste v. (ne. list); on līsta is ontleend aan mnd. — Men legt verband met alb. lʼeth ‘hoge akkerrand, rivieroeverʼ uit idg. *leizd-, loizd- ‘rand, zoomʼ (IEW 672).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

lijst znw., mnl. lijste, lijst v. m. “rand, zoom, boord, lijst”. = ohd. lîsta (nhd. leiste) v., mnd. lîste v. m. (o.?), ags. lîste v. (eng. list), on. lîsta v. “id.”. Of uit idg. *leis-tâ- (in ’t Germ. zwak geworden), van de bij leest besproken basis, òf < *leits-tâ- en een afl. van den s-stam *leit(e)s-, waarop lat. lîtus “oever’’ teruggaat. Uit het Germ. it. lista, fr. liste “lijst”.

[Aanvullingen en Verbeteringen] lijst. Jokl IF. 30, 206 neemt idg. zd aan: bij alb. ľeϑ “verhoogde rand, muur, rivieroever”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

lijst. De combinatie van Jokl IF. 30, 206 met alb. lʼ ‘verhoogde rand van een stuk grond, muur, oever’ (v.Wijk Aanv.) verdient ernstige overweging (idg. -zd-, dan lat. lîtus dus niet verwant.).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

lijst v., Mnl. lijste + Ohd. lîsta (Mhd. lîste, Nhd. leiste), Ags. líste (Eng. id.), On. lísta (Zw. en De. list) = zoom, strook, opgaaf op een strook: wellicht verwant met leest. Uit het Germ. komt Fr. liste.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

lies (zn.) 1. omlijsting; Vreugmiddelnederlands lijst <1277>; 2. opsomming; Nuinederlands lijst <1581> < Italiaons lista.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

lijst (zwarte --) (vert. van Engels black list)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

lijst ‘rand; opsomming, reeks’ -> Ests liist ‘rand’ (uit Nederlands of Duits); Frans dialect liste; lîse ‘rand, zoom (van een veld, bos e.d.); plaats waar men zich opstelt bij het begin van het knikkerspel’; Baskisch lista ‘omheining, strijdperk’ ; Indonesisch lés, lis ‘deurlijst, fotolijst, schilderijlijst; omboordsel (kleding); opsomming, reeks’; Ambons-Maleis lis ‘lijst van een schilderij of bij schilderwerk’; Gimán les ‘dat deel van een (motor)boot dat boven de waterlijn uitkomt’; Jakartaans-Maleis lis, lès ‘rand; bericht, rapport’; Javaans elis, lis ‘lijstwerk, richel, rand; intekenlijst’; Keiëes les ‘omlijsting’; Madoerees ēlles ‘rand’; Singalees läyistu-va ‘rand’; Papiaments leishi, leshi ‘omlijsting’; Sranantongo lèis(t) ‘rand; opsomming, reeks’; Sarnami list ‘rand’; Surinaams-Javaans lèis, lès ‘rand, fotolijst’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lijst* rand 1277 [CG I1, 353]

lijst* opsomming, reeks 1581 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut