Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lijken - (overeenkomst hebben)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

lijken ww. ‘overeenkomst hebben’
Mnl. geliken ‘(ge)lijken’ [1240; Bern.], ghelijct ‘lijkt op’ [1277; CG I], lijcken ‘lijken op’ [1470-90; MNW-R]; vnnl. Hy lijckt wel rijck [1591; Nieu Amstelredams Lied-boeck], Hy lijckt een sant ‘hij lijkt een heilige’ [1630; Van den Vondel 3, 298], wien lijckt dat ‘op wie lijkt dat’ [1640; Van den Vondel 4, 84].
Afleiding van het bn.gelijk 1. Volgens NEW stamt lijken uit Fries getinte dialecten, waarin het voorvoegsel ge- de neiging had om te verdwijnen. Het is echter opvallend dat ook in sommige andere dialecten het voorvoegsel is verdwenen; daarom wordt ook wel gedacht aan afleiding of invloed van het bn. en bijwoord lijk met dezelfde betekenis als → gelijk; men verwacht dan weliswaar geen sterk werkwoord, maar het komt vaker voor dat zwakke werkwoorden sterk worden.
Het werkwoord werd oorspr. met de datief verbonden (zie bijv. de attestatie uit 1640), zoals nu nog Duits gleichen. Door wegval van de naamvalsuitgangen kon deze datief ook als nominatief worden opgevat en ging het werkwoord de betekenis van → schijnen krijgen, zoals bijv. in de attestatie uit 1630. Zo kon het, verbonden met een bn., ook de functie van koppelwerkwoord krijgen, zoals uit de attestatie van 1591 blijkt. De oorspr. betekenis wordt nu meestal door een combinatie met het voorzetsel op uitgedrukt.
Lit.: J. van den Vondel (1927-37), De werken (editie J.F.M. Sterck e.a.), Amsterdam, 10 delen; Nieu Amstelredams Lied-boeck (1591), Amsterdam, 123

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lijken* [gelijken] {liken 1450} fries-hollandse vorm van gelijken.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gelijken ww., mnl. ghelîken ‘gelijk zijn aan, lijken op, blijken, toeschijnen’ (de vorm lijken stamt uit fries getinte dialecten, waarin het voorvoegsel ge- was weggevallen), mhd. gelīchen, ofri. līkia ‘gelijken’.

Het mnl. ghelîken heeft nog de betekenis ‘bevallen’, die ook reeds algemeen germ. is, vgl. onfrank. (ge)līcon, os. līkon, ohd. (gi)lichēn, ofri. līkia, oe. (ge)līcian (ne. līke ‘houden van’), on. līka, got. leikan ‘behagen, bevallen’ (zie: lijken). — Dan is er nog de betekenis ‘gelijk maken, gelijkstellen, vergelijken, vereffenen’, vgl. mnd. (ge)-lîken ‘gelijk maken, vergelijken, vereffenen’, ohd. galīhhen ‘gelijk stellen, gelijk maken’ (nhd. gleichen), ofri. līca, oe. gelīcan, on. līkja ‘gelijk maken’. Vgl. ook got. leikan ‘bevallen’ en galeikōn ‘gelijk maken, gelijkstellen, nadoen’. — Beide ww. kunnen worden verbonden met lit. lýgus ‘gelijk’; zie verder: lijk 2 en lijk 3. — Met germ. *likōn ‘gladmaken’ is verder nog likken 2 te verbinden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

lijken ww. Zie gelijken. Op grond van het daar besprokene got. leikan enz. “bevallen” — zonder *ӡa- — heeft men wel het ontstaan van gelijk uit *ӡa- + znw. *lîka- (lijk II) geloochend. Dat is echter niet noodig en, aangezien een germ. bnw. *lîka- naast *ӡa-lîka- niet bestaan schijnt te hebben, onwsch. Wel is het mogelijk, dat got. leikan enz. niet van *ӡa-lîka- komen, niet zoozeer omdat dit ww. geen prefix *ӡa- heeft — dit kon wegens de niet perfectieve bet. van ’t ww. of om een andere reden verdwenen zijn —, maar wel omdat toch een idg. basis lī̆g-, germ. lī̆k- “gladmaken” waarvan likken II, uit lig-n-, aangenomen moet worden. Dit lig-n-benevens ohd. lîchôn enz. (zie likken II), misschien ook got. leikan enz. zouden met lit. lýgus “gelijk” kunnen samenhangen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

lijken. Zie gelijken Suppl., lijk II Suppl. en likken II Suppl.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

lijken 1 ono.w. (gelijk zijn), uit gelijken, met verlies van het praefix.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

liekene (ww.) lijken; Vreugmiddelnederlands geliken <1240>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1lyk ww.
1. Op 'n bepaalde wyse vertoon of 'n ooreenkoms toon met. 2. Ook, geselstaal en verouderend, lyken. Voorkom, skyn.
Uit Ndl. lijken (Mnl. liken). Eerste optekening in Afr. in bet. 1 in Patriotwoordeboek (1902).

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

lijken (leek, heeft geleken), (ook, ’slang’:) indruk proberen te maken, opscheppen, bluffen. Hij is een beest weetje, hij heeft me gezegd dat hij je een beetje bang gaat* maken. - O, zei ik, hij lijkt. - Intussen had die kerel me aardig laten zweten (Dobru 1968b: 35). - Etym.: Vgl. S gersi = lijken (op), gelijken in alle N bet., ook de SN bovenstaande. - Zie ook: schijnen*.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

lyk II: voorkom, skyn; Ndl. lijken (Mnl. (ge)līken) hou verb. m. Hd. gleichen en Eng. ww. en b.nw. like, maar Fri. en S. vorme het wsk. deureengeloop.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Lijken, verwant met Lijk, z. d. w.: den vorm hebben van.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

lijken ‘(een zeil) met touwwerk omzomen’ -> Russisch likovát' ‘(een zeil) met touwwerk omzomen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lijken* gelijken 1450 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut