Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

liguster - (geslacht van olijfachtige heesters (Ligustrum))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

liguster zn. ‘geslacht van olijfachtige heesters (Ligustrum)’
Vnnl. zoo moet ghy den ligustrum in ... looghe sieden ‘dan moet u de liguster in loog koken’ [1558; Piemontois, 188], overal klom de wilde liguster bij de boomen op [1677; Lichtveld 1980].
Ontleend aan Latijn ligustrum ‘zekere heester’, verdere herkomst onbekend, misschien afgeleid van de Latijnse naam Ligurēs (ev. Ligus) van een Keltische stam in Noordwest-Italië.
Lit.: U.M. Lichtveld en J. Voorhoeve (1980), Suriname: Spiegel der vaderlandse kooplieden, Den Haag, 51

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

liguster [heestergeslacht] {1676} < latijn ligustrum, van Ligus (2e nv. Liguris) [Liguriër, Ligurisch], eig. een plant afkomstig uit Ligurië, het gebied tussen de Golf van Genua en de bovenloop van de Po (vgl. Ligurisch, lubbestok).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

luster, lustrum, zn.: liguster, Ligustrum vulgare. Door samentrekking van liguster.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

leguster, laguster zn.: liguster, Ligustrum vulgare. Resp. door verdoffing van de voortonige klinker en voortonige versterking < liguster.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

leguster, laguster (ZV), aguster, agustus, augustus (ZV), zn. m.: wilde liguster, Ligustrum vulgare. Leguster door klinkerverdoffing in onbetoonde positie < liguster; laguster door voortonige versterking; aguster door aferesis; a(u)gustus door volksetymologie.

Thematische woordenboeken

W. Deconinck (2019), Plantennamen nader toegelicht, Kortrijk.

liguster
Wilde liguster | Ligustrum vulgare L.

De naam Liguster is ongetwijfeld afgeleid van de Latijnse naam Ligustrum. Over de oorsprong van deze Latijnse naam zijn er twee opvattingen. Ofwel verwijst deze naam naar de plaats van herkomst van sommige soorten van het geslacht Ligustrum, nl. Ligurië, een aan de kust gelegen regio in het noordwesten van Italië, met als hoofdstad de havenstad Genua. Ofwel is Ligustrum afgeleid van het Latijnse woord ligare, dat samenbinden betekent. Daarbij zou dan verwezen worden naar het gebruik van twijgen van de Liguster voor het vlechten van manden, waarbij vooral de jonge, soepele twijgen dienden voor het maken van de handvaten.

Naast de Wilde liguster komt in ons land ook verwilderd de Haagliguster (Ligustrum ovalifolium Hassk.) voor. Deze twee soorten en ook de uit Japan afkomstige Japanse liguster (Ligustrum japonicum Thunb.) worden als haagplanten rondom huizen en tuinen aangeplant.

F. Kok (2007), Waarom brandnetel?, Nieuwegein

Liguster (wilde), Ligustrum vulgare
ligustrum: oude Latijnse plantennaam, afleiding is niet bekend.
vulgare: de plant is algemeen, of was vroeger algemeen.
Wilde liguster: afgeleid van de wetenschappelijke geslachtsnaam Ligustrum.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

liguster heestergeslacht 1676 [Suriname: Spiegel der vaderlandse kooplieden 51] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal