Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

liefkozen - (strelen, aanhalen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

liefkozen ww. ‘strelen, aanhalen’
Mnl. in één en dezelfde tekst: kosen ‘vertrouwelijk toespreken’ in de kosende reden ‘de vertrouwelijke gesprekken’, en liefkosen ‘met liefde bejegenen’ in der gods vrunt liefkosen ‘het met liefde bejegenen van de Gods vriend (de christen)’ [beide ca. 1360; MNW]; vnnl. koosen, lief-koosen ‘vleien, behagen, kruipen voor, ontuchtig bejegenen’ [1599; Kil.], liefkosen ‘met vriendelijke woorden bejegenen’ in de iagher haer mit woorden liefkosende ‘de jager, die hen vriendelijk toesprak’ [1605; WNT], ‘vriendelijk onthalen’ in dat hy te lijdig breet sijn gasten lieve-koost ‘dat hij zijn gasten veel te weelderig onthaalt’ [1622; WNT], vooral door strelen e.d., in in schandelijcke wellusten ... in overdaet en liefkoozery [1646; WNT verachteloozen].
Met aanpassing van het eerste lid aan → lief ontleend aan Duits liebkosen ‘vriendelijk of met liefde bejegenen’, Middelhoogduits liepkōsen [ca. 1298; Gärtner]. Het tweede lid is kosen ‘vriendelijk praten’ [1293; Lexer], dat al vroeg is geattesteerd als Oudhoogduits kōsōn ‘spreken, onderhandelen, vertellen’ [8e eeuw; Kluge] en is afgeleid van het zn. kōsa ‘gesprek, vertelling, rechtszaak’, ontleend aan Latijn causa ‘rechtszaak, zaak, toestand, oorzaak’, zie → causaal.
Ook in het Middelnederlands bestond een zn. cose ‘vleitaal, vleiende woorden’ in al es nu suete hare cose ‘al is haar vleiende taal (namelijk van de liefde) nu zoet’ [1350-1400; MNW].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

liefkozen [lief spreken, strelen] {liefcosen, lievecosen [innig of intiem met iem. spreken] 1300; als ‘strelen’ ca. 1710} van lief, middelnederlands cosenkozen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

liefkoozen ww. Sedert het laat-Mnl. en Mhd. (13. eeuw). Zie kozen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

liefkoozen o.w., uit bijwoord lief en kozen = lief praten.

Thematische woordenboeken

W. de Vreese (1899), Gallicismen in het Zuidnederlandsch, Gent

liefkozen. - Op de volgende plaats staat dit ww. ter vertaling van fr. préférer. Dit is in strijd met ons taalgebruik: men zegt verkiezen, de voorkeur geven (aan iets). || Maes schijnt vooral de roode kleur geliefkoosd te hebben, GEIREGAT, Holl. Schilderk. 81 (bij HAVARD 103: La couleur que Maas paraît avoir préférée est le rouge).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

liefkozen lief spreken 1300 [MNW]

liefkozen strelen 1710 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal