Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lidwoord - (artikel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

lidwoord zn. ‘artikel’
Vnnl. eerst de niet-samengestelde vorm lid ‘lidwoord’ [1584; Twe-spraack], in de verkleinvorm ledeken ‘lidwoordje’ [1624; De Hubert]; nnl. lidtwoortje [1703; Nylöe], lidtwoord [1717; Marin NF].
Hetzelfde woord als → lid 1 ‘lichaamsdeel’, later samengesteld met het verduidelijkend tweede lid → woord. De betekenis is ontleend aan Latijn articulus ‘gewricht; geleding; deel van een geschreven stuk; lidwoord, voornaamwoord’, zie → artikel. Van Latijn articulus is de grammaticale betekenis op zijn beurt ontleend aan Grieks árthron ‘verbinding; gewricht; verbindingswoord’, afleiding van de Griekse wortel ar- zoals die in vele woorden met een verwante betekenis voorkomt: árariskein ‘verbinden’, arthmós ‘verbond’, en die verwant is met → arm 1.
De term árthron als woordsoortaanduiding komt voor het eerst voor bij Aristoteles; het duidde bij de Grieken oorspr. die woordsoorten aan die men nu lidwoorden en bijvoeglijke voornaamwoorden noemt. In de 2e eeuw v. Chr. werd de huidige betekenis definitief vastgelegd in de Tékhnē Grammatikē, de eerste Griekse grammatica, die op de latere taalwetenschap veel invloed heeft uitgeoefend.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lidwoord* [de, het, een] {1723} vertaling van latijn articulus [gewricht, lid, vingerlid, onderdeel] (vgl. artikel); het eerste deel is lid1.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

lidwoord znw. o., sedert de 16de eeuw gevormd als vertaling van lat. articulus; het 1ste deel is dus lid 1.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

lidwoord znw. o., sedert het Oudnnl. ’t Eerste lid is lid I als vert. van lat. articulus: zoo in de Twespraack 1584.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

lidwoord (vert. van Latijn articulus)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lidwoord* de, het, een 1723 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut