Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

licentie - (verlof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

licentie zn. ‘vergunning; bewijs van lidmaatschap’; (BN) ‘studie(jaar)’
Mnl. licencye ‘toestemming, vergunning’ [1477; MNHWS]; vnnl. poëtijcke licentie ‘dichterlijke vrijheid’ [1548; WNT], brieven van licentie ‘vergunningsbrieven’ [1583; WNT], licentie ‘academische graad’ in den tytel vande licentie [1589; WNT].
Ontleend aan Latijn licentia ‘vrijheid, vergunning’, afleiding van licēns, teg.deelw. van licēre ‘toestemming hebben’, van onbekende herkomst.
Het woord betekent behalve ‘vergunning, toestemming’ ook ‘document dat daartoe is uitgegeven’, maar beide betekenissen zijn vaak moeilijk te onderscheiden. Licenties van overheidswege dienen bijv. om ergens handel te mogen drijven, een bepaald beroep te mogen uitoefenen of bepaalde handelingen te mogen verrichten, zoals het schenken van alcohol. Jongere toepassingen zijn onder meer licenties voor uitzendrechten, licenties die sportbonden uitgeven als toestemming om aan officiële wedstrijden deel te nemen en licenties die het recht geven om bepaalde elektronische databestanden te raadplegen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

licentie [verlof] {licencye 1452-1494} < frans licence [idem] < latijn licentia [verlof, vergunning], van licens (2e nv. licentis) [vrij, los], eig. teg. deelw. bij licet [het staat vrij].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

lisensie s.nw. Ook soms, geselstaal, liksens.
1. Voorwaardelike vergunning om iets te doen, aan te hou of te besit. 2. Dokumentêre bewys van sodanige vergunning. 3. Rybewys. 4. Reg om te doen wat onder normale omstandighede nie toelaatbaar is nie.
In bet. 1 en 2 uit Ndl. licentie (Mnl. licencye). In bet. 3 en 4 wsk. uit Eng. licence (1888 in bet. 3). Eerste optekeninge in Afr. by Pannevis (1880) in die vorm liksens en by Mansvelt (1884) in die vorm leksêns.
Ndl. licentie uit Fr. licence of Latyn licentia.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

liksens: – lisensie – , permit, vergunning om sake te doen, ens.; Ndl. licentie, Eng. licence uit Fr. licence uit Lat. licentia, verb. m. licet, “dit is toegelaat”; opvallend is epent. k in Afr. – het wonderliksens (q.v.) daar iets mee te doen? of is dit ’n geval van letteruitspraak?

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

licentie ‘verlof’ -> Indonesisch lisénsi ‘verlof’; Boeginees lisênsi ‘verlof’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

licentie verlof 1452-1494 [HWS] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut