Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

libertijn - (vrijdenker; losbol)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

libertijn zn. ‘vrijdenker; losbol’
Vnnl. Libertijnen ‘de Vrijgelatenen’ in int strijden ... jeghens die Phariseen, ... Libertinen ende andere ‘in de strijd tegen de Farizeeën, Libertijnen en anderen’ [1566; WNT], Libertijnen ‘vrijdenkers’ [1569; WNT].
Ontleend aan Latijn lībertīnus ‘vrijgelatene’, in het Nieuwe Testament de naam van een groep uit Romeinse slavernij vrijgelaten Joden in Jeruzalem met een eigen synagoge (Handelingen 6:9). In de West-Europese talen was libertijn vanaf de 16e eeuw vooral de benaming voor de vrijdenkende leden van een religieus-politieke groepering die zich afzette tegen kerk en wet en die door de autoriteiten zedeloosheid en bandeloosheid verweten werd. Na de periode van dit libertinisme bleef het woord libertijn bestaan in de overdrachtelijke betekenis ‘losbol, losbandig persoon’.
Latijn lībertīnus is afgeleid van het bn. līber ‘vrij’, zie → liberaal.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

libertijn [vrijdenker] {1567} < frans libertin [idem] < latijn libertinus [vrijgelaten (slaaf)], van liber [vrij].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

libertijn vrijdenker 1567 [WNT anabaptist] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut