Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

leveren - (verschaffen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

leveren ww. ‘bezorgen, verschaffen; teweegbrengen’
Mnl. leveren ‘bezorgen, doen toekomen’ in die tarwe ... te leuerne ‘de tarwe te leveren’ [1249; CG I], overdrachtelijk ‘teweegbrengen, aandoen’ in die iueden ... leuerden hem wijch arde suaer ‘de Joden boden hun zeer sterke tegenstand’ [1285; CG II].
Ontleend aan Frans livrer ‘leveren van gekochte waar’ [1281; Rey], eerder al ‘bezorgen, doen toekomen’ [1080; Rey], via ‘uitleveren’ ontwikkeld uit ‘vrijgeven, vrijmaken’ [ca. 980; Rey], uit Latijn līberāre ‘bevrijden’, afleiding van līber ‘vrij’, zie → liberaal. In het Nederlands werd de -i- in open lettergreep gerekt tot -ē-, zoals in het mv. schepen naast het ev. schip. Zie ook → leverancier.
Ook ontleend: mnd. leveren; mhd. lieveren [voor 1350; Gärtner] (nhd. liefern); ofri. liveria (maar nfri. leverje < nnl.).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

leveren2 [verschaffen] {1230} middelnederduits leveren, hoogduits liefern < frans livrer [idem] < latijn liberare (vgl. livrei).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

leveren ww., mnl. lēveren ‘leveren, verschaffen’, mnd. lēveren, nhd. liefern (sedert 1400 lievern als vakterm van de Hanze), owfri. livria < fra. livrer < lat. liberāre ‘bevrijden’, maar mlat. nog ‘overhandigen’. — Een andere overname van hetzelfde fra. woord is mnl. liverēren, leverēren, mnd. leverēren ‘leveren’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

leveren ww., mnl. lēveren “leveren, in handen stellen, verschaffen”. Evenals hd. liefern (± 1400 lievern), mnd. lēveren, owfri. livria “id.” uit fr. livrer (< lat. lîberâre). Mnl. liverêren, leverêren, mnd. leverêren “leveren” komen eveneens van fr. livrer: vgl. mnl. fînen en finieren “eindigen” uit fr. finir.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

leveren. Reeds onfr. (Gloss. Lips.) geliuore (lees: geliuero) ‘libera’ (imperatief), dat wsch. uit lat. lîberâre ontleend is. Ook mnl. lēveren zou op een oudere ontl. aan het Lat. kunnen berusten.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

leveren o., w., Mnl. id., gelijk Hgd. liefern. uit Fr. livrer, van Mlat. liberare = vrijmaken, overgeven, een afleid. van liber = vrij (z. ledig).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

2lewer ww.
1. Verskaf, besorg of beskikbaar stel. 2. Oplewer, produseer. 3. Laat plaasvind.
Uit Ndl. leveren (al Mnl.).
Ndl. leveren uit Fr. livrer uit Latyn liberare 'bevry, vrygee, betaal, lewer, verskaf, oorhandig'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

leveren (Frans livrer)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Leveren, van ’t Fr. livrer en dit van ’t Lat. liberare = vrij maken, overgeven.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

leveren ‘verschaffen’ -> Fries leverje ‘verschaffen’; Duits liefern ‘afleveren (van koopwaar)’; Deens levere ‘verschaffen’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors levere ‘verschaffen; bestelde koopwaar afgeven’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds leverera ‘verschaffen’ (uit Nederlands of Nederduits); Pools liwerować ‘verschaffen; bestelde goederen afgeven’ (uit Nederlands of Duits); Hongaars liferáns ‘verschaffen’ ; Indonesisch (me)léper ‘goederen verschaffen’; Jakartaans-Maleis lèper, ngelèper ‘bestelde goederen afgeven; verkopen’; Javaans (ng)léver ‘verschaffen’; Negerhollands leveer, leweer, lever ‘verschaffen’; Sranantongo leifer ‘verschaffen’; Surinaams-Javaans léfer, ngléfer ‘afgeven, bezorgen’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

leveren verschaffen 1230 [CG I1, 19] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1241. Iemand een koopje geven (of leveren),

d.w.z. iemand een slecht koopje geven of leveren, hem beetnemen, bedriegen; vandaar ook dat koopje gebezigd wordt in den zin van iets onaangenaams. Zie Halma, 281: Gij hebt daar een koopje aan. In den schertsenden zin. Gij zijt daar wakker mede aangehaald, Vous n'êtes pas mal à cheval, vous voilà dans de beaux draps blancs; Harreb. I, 434: Iemand een koopje geven, men zegt dit spottender wijze voor iemand beetnemen; Onze Volkstaal, I, 37: 't Is me een koopje, dat is voor mij heel wat drukte; Nkr. III, 25 Juli p. 2: Op die manier zouden ze ons een leelijk koopje kunnen leveren; O.K. 178: Hij kon zich maar niet begrijpen hoe zijn goede tante Betje op 't wonderlijk denkbeeld was gekomen hem zoo'n koopje te leveren; M.z.A. 122: Een flauwe ui te tappen of iemand een koopje te geven bracht hem in 't beste humeur; O.K. 34: Dat is zeker een flauwe aardigheid van den een of ander die me kent en me nu dat koopje leveren wil; O.K. 178: 't Is me een koopje, bromde hij in zich zelf, ik kom bepaald in de versukkeling; bl. 34: Toen snap ik per saldo nog het koopje, dat ze me een been afschieten; Nkr. VII, 11 Jan. p. 4: Het leven is 'n koopie, de zorgen maken 't zuur; Handelsblad 9 Nov. 1913 p. 5 k. 6: Voor velen zou het zich steeds lang rekkende verblijf, waarop men niet had kunnen rekenen, dan ook een onaangenaam koopje zijn geweest. Vgl. het verouderde Engelsch to sell any one a bargain, iemand er in laten loopen, beetnemen (Shakesp.)

1889. Zijn proefstuk leveren,

d.i. een bewijs van bekwaamheid afleggen, waardoor men in zekeren stand wordt opgenomen of tot een rang wordt bevorderd; eene herinnering aan den tijd der gilden, toen men niet van leerling tot gezel, maar vooral niet van gezel tot meester in een handwerksgilde kon worden bevorderd, dan nadat men zekere bewijzen van bekwaamheid had afgelegdZie A.J.M. Brouwer Ancher, De Gilden, 59 vlgg.. Vgl. mnl. sine proeve doen; Kiliaen: Proef-stuck, tyrocinium, specimen: canon artis: documentum; Plantijn: Proef-stuck, chef d'oeuvre; Westvl. zijnen preufslag doen (De Bo, 891); fr. coup d'essai; hd. Probestück; eng. trial-piece.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut