Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

leut - (koffie)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2018

Koffiepraat

‘Zonder koffie geen mens’: met een verbruik van gemiddeld 3,2 kopjes per dag per persoon zijn de Nederlanders na de Scandinaviërs de grootste koffieleuten ter wereld. Geen wonder dat er in onze taal tal van spreektalige uitdrukkingen bestaan waar koffie een ingrediënt van is. Over de herkomst van onze koffiepraat, oftewel: wat is er fout aan koffie verkeerd?

Koffieleut
Een koffieleut is ‘iemand die graag veel koffie drinkt’. Waar het woord leut vandaan komt, is onduidelijk; wél is bekend dat het sinds de zeventiende eeuw voorkomt in de betekenis ‘grap, pret, plezier’. In 1634 schreef de dichter L. Vossius: “Om de leut gheliet hem of hy sliep” (‘Voor de grap deed hij alsof hij sliep.’) Aan het eind van de negentiende eeuw treffen we leut in een andere betekenis aan, namelijk die van ‘koffie en melk door elkaar gekookt’, of in het algemeen ‘koffie’. In die betekenis gold het toen als min of meer platte taal. De oudste vermelding is in het woordenboek van het Zaans uit 1897 van G. J. Boekenoogen: “Wil-je nag ’en koppie leut?”
De betekenis ‘koffie’ zal overdrachtelijk zijn ontstaan uit die van ‘plezier’, net zoals ook de benaming bakkie troost een aanduiding voor een kopje koffie is geworden. Ook die uitdrukking stamt uit de spreektaal, en opnieuw is Boekenoogen de eerste die haar op schrift vermeldt, zij het nog niet in de vorm bakkie maar als “een koppie (kommetje enz.) troost”.
Maar leut kan behalve naar koffie ook verwijzen naar de koffiedrinker. Boekenoogen kende de persoonsaanduiding koffieleut al in het Zaans: “Moet je nou nòg ’en koppie hewwe? wat ben-je toch ’en koffieleut.” Op het eerste gezicht lijkt leut in de betekenis ‘koffie’ het tweede deel van de samenstelling koffieleut. Maar dit is minder plausibel: niet alleen is ‘koffie-koffie’ weinig zinvol, maar belangrijker is dat samenstellingen met -leut, -let of -lut in de betekenis ‘veeldrinker’ ouder zijn: in Vlaamse dialecten is in 1873 sprake van kaffielutte, jeneverlutte (‘persoon die veel koffie respectievelijk jenever drinkt’). Nog eerder, in 1663, is droncke-letten (‘zuipster’) genoteerd. Dit -leut is waarschijnlijk afgeleid van een Vlaams werkwoord lutten, dat staat voor ‘zuigen, lurken, drinken’.

Zuivere koffie
Al in 1870 wordt in de spreektaal de uitdrukking ‘Dat is geen zuivere koffie’ gebezigd. In diezelfde periode werd (dure) gemalen koffie op allerlei manieren ‘vervalst’, bijvoorbeeld door deze te mengen met geroosterd meel van cichorei of eikels. Uit deze vervalsingspraktijken is de uitdrukking ‘Dat is geen zuivere koffie’ ontstaan.

Op de koffie komen
Op de koffie komen heeft naast de letterlijke positieve betekenis ‘bij iemand koffie gaan drinken’ een overdrachtelijke negatieve betekenis: ‘bedrogen uitkomen, achter het net vissen’. Waarschijnlijk is de uitdrukking op de koffie komen een verkorting van lelijk op de koffie komen, die voor het eerst genoemd wordt in het spreekwoordenboek van P.J. Harrebomée uit 1864: “Hij kwam daar leelijk op de koffij.”

Andere koffie
‘Dat is andere koffie’ betekent in figuurlijke zin ‘dat werpt een heel ander licht op de zaak. Ook deze uitdrukking komt reeds voor in de negentiende eeuw. In de roman Stille wateren, diepe gronden van Herman Theodore Chappuis (1889) vinden we een sprekend voorbeeld: “Dronken? Half dood is hij en over een uurtje misschien wel heelemaal! Dat is andere koffie.”

Koffie verkeerd
Je zou denken dat de benaming koffie verkeerd, voor een kopje koffie met meer melk dan koffie, typisch Nederlands is, maar de uitdrukking is een letterlijke vertaling uit het Duits. De oudste Nederlandse vindplaats stamt uit 1862, uit een reisbeschrijving van de schrijver Klikspaan (Johannes Kneppelhout), ook bekend van zijn Studenten-Typen: “voor de enge koffijhuizen beslaat de op elkander gepakte menigte de volle ruimte, bezig met het genot van haar eenvoudig ontbijt, van hare regte of verkeerde koffij”. Dit schreef Kneppelhout vanuit het kuuroord Karlsbad. De uitdrukking verkeerde koffij wordt door hem gekenschetst als “Carlsbader kurtaal”: “Daar den meesten kurgasten geene andere dan zeer slappe koffij wordt toegestaan, vragen zij gewoonlijk eine verkehrte (…), wanneer de koffij in het melkkannetje en de melk in de koffijkan wordt gediend.” In het Duits wordt koffie verkeerd tegenwoordig aangeduid als Milchkaffee, maar nog steeds bestaat er in Oostenrijk een Weense koffiespecialiteit met de naam Kaffee verkehrt. Verkehrt betekent hier ‘omgekeerd’: de verhouding tussen de koffie en de melk is omgekeerd aan die van een normale kop koffie met melk. Er is dus niks fout aan koffie verkeerd.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2014), ‘Koffiepraat’, in: Onze Taal 9, 240]

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

leut 2 zn. (NN) ‘koffie’
Nnl. leut ‘koffie en melk door elkaar gekookt; opgewarmde koffie; verse koffie’ (Zaans) [1897; Boekenoogen], leut ‘koffie’ [1906; Boeventaal], een koppie leut (West-Fries) ‘een kopje koffie’ [1909; WNT intappen].
Herkomst onzeker. Misschien een overdrachtelijke, blijkens de attestaties oorspr. Noord-Hollandse, betekenis bij → leut 1 ‘pret’; een soortgelijke volksnaam voor ‘koffie’ is in dat geval → troost. Wrsch. is de betekenis beïnvloed door de samenstelling koffieleut ‘iemand die veel koffie drinkt’, waarvoor zie → -leut.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

leut1* [koffie] {1899} is wel leut2 [pret], vgl. (een bakje) troost.

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1997), Borrelwoordenboek: 750 volksnamen voor onze glazen boterham, Den Haag

leutje Leut betekent in het Drents drie dingen: ‘koffie’, ‘beetje, kleine hoeveelheid’ en ‘borrel’. Die laatste betekenis, die uit de tweede zal zijn ontstaan, is nog onlangs gehoord in het veengebied achter Emmen en rond Dwingeloo. Het standaardwerk over het Drents geeft als voorbeeldzin: ‘Achter de koffie kregen wij nog een leutie.’

[Kocks 671]

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

leut* koffie 1899 [WNT leut II]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut