Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

leuren - (venten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

leuren ww. ‘venten’
Vnnl. leuren, loren ‘bedriegen’ in lortsen en leuren ‘lenen en bedriegen’ [1548; WNT], loren ende soren ‘bedriegen’ [1588; Kil.], loren ‘onbeduidende waar te koop aanbieden’ [1599; Kil.], leuren ‘venten’ in langhs de wegen ... te gaen leuren ende veylen of te verkoopen [1659; WNT].
Afleiding van vnnl. leure, lore ‘waardeloos voorwerp, onbeduidende waar’, zie → lor.
De betekenis ‘bedriegen’ verouderde al in het Vroegnieuwnederlands; sindsdien heeft het woord uitsluitend de huidige betekenis.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

leuren* [venten] {ca. 1540} van leur [vod].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

leuren 1 ww. ‘venten’ is een afl. van lor.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

lurken ww., nog niet bij Kil. = Fulda’sch lurchen “slurpen”, fri. loarkje, loerkje “id., pompen” (in deze bet. ook lorkje). Vgl. nog zwits. lürggen “slurpen”. Oorsprong onzeker. Wsch. onomatopoëtisch. Slurpen heeft wellicht eenigen invloed gehad. Ook zouden we aan een oudere bet. “trekken” (vandaar “opzuigen”) kunnen denken en oostfri. lurken “met de beenen trekken” vergelijken. Dan zou het woord een k-afl. (vgl. lonken, hurken) zijn van Kil. loren, leuren, ook loeyeren, luyeren “trekken” (loren ook = “traag handelen” en, evenals nnl., vooral dial. leuren, = “venten”). Oorsprong onzeker. Loeyeren beteekent ook “binden, knoopen, boeien”. Deze bet. zou men voor de afl. van lat. lôrum “riem” kunnen aanvoeren; toch is deze niet wsch. Leuren “trekken” is wsch. bij sleuren te brengen als jongere variant.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

leuren ono.w., bij Kil. leuren, loren = slepen, verwant met sleuren.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

leuren* venten 1540 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut