|
letter (geschreven taalteken)M. Philippa e.a. (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlandsletter zn. ‘geschreven taalteken’ Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexiconLetter en geest, vorm en inhoud. Letter en geest vinden we in de NBV samen in 2 Korintiërs 3:6,'Hij heeft ons geschikt gemaakt om het nieuwe verbond te dienen: niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend'. In de NBG-vertaling komt de combinatie vaker voor, waaronder in Romeinen 2:29, 'maar híj is een Jood, die het in het verborgen is, en de ware besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter. Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van God' en 2 Korintiërs 3:6, 'die ons ook bekwaam gemaakt heeft om dienaren te zijn van een nieuw verbond, niet der letter, maar des Geestes, want de letter doodt, maar de Geest maakt levend'. De letter duidt de vorm van een regel of wet aan, en de geest dat wat geacht wordt de juiste inhoud of bedoeling te zijn (in de bijbel: het geloof, de uitoefening van de godsdienst; vergelijk ook nog Romeinen 2:27 en 7:6, beide in de NBG-vertaling). De naam van de literatuurbijlage van het dagblad Trouw, 'Letter & geest', is een kernachtige samenvatting van de genoemde uitdrukkingen. Leuvense Bijbel (1548), Romeinen 2:29. Maer die int verborghen een Jode is, dat is een Jode, ende die besnijdenisse des herten is een besnijdenisse inden gheest, niet nae die lettere, welcs lof niet vanden menschen, maer van Gode is. (De Moerentorfbijbel (1599) sluit hierbij aan. De overige geraadpleegde bijbels hebben in den letter of in der letteren.) N. van der Sijs (2001), Chronologisch Woordenboekletter schriftteken 1236 [CG I1, 20] <Frans P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Van Dale Etymologisch woordenboekletter [schriftteken] {letter(e), littere [letter, brief] 1236} < frans lettre [idem] < latijn littera [letter], litterae (mv.) [brief, letterkunde]. J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlandslet’ter, (ook:) 1. (de, -s), kort voor letterhout* (1): z.a. Het kernhout van letter wordt als sierhout gebruikt (Muntslag 141). - 2. kort voor letterhout* (2): z.a. Letter wordt af en toe naar het buitenland geëxporteerd, maar het eigenaardige van dit hout is dat, wanneer men het ziet, men niet uitgesproken raakt over zijn schoonheid en dat er toch maar zelden naar gevraagd wordt (Muntslag 140). - Etym.: Zie letterhout* 1 en 2. J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboekletter znw. v., mnl. lettere, letter v. ‘letter, brief, geschrift, wetenschap’ < fra. lettre < lit. littera. — Mnl. litter(e) is eerder een dial. nevenvorm, dan een ontlening aan het lat. woord. N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taalletter znw., mnl. lettere, letter v. “letter, brief, geschrift, wetenschap”. Uit fr. lettre (< lat. lĭttera). De mnl. vorm litter(e) kan deels dial. zijn, deels onder lat. invloed staan. Ook in andere germ. talen ontleend. J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taalletter v., Mnl. lettere, uit Fr. lettre, van Lat. literam (-a), een afleid. van ’t v.d. van linere = besmeren, omdat de letters opgesmeerd werden. F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden1293. Kruis of munt.Eig. die zijde van het muntstuk, waarop een kruis gestempeld is of de keerzijde. Bijna alle munten hadden in de middeleeuwen aan de eene zijde een kruis, en wanneer dit er niet op stond, dan werd kruis genoemd die zijde, waarop de beeltenis stond van den vorst: de ander zijde heette pila, vanwaar de fr. uitdr. croix ou pile; hd. Kopf oder Schrift; eng. cross or pile; heads or tails. Cruce ende (of) munte werpen was eene reeds in de middeleeuwen voorkomende uitdrukking, die men bij het dobbelspel gebruikte, waarbij gewed werd, welke zijde van de munt boven zou komen te liggen. Zie het Mnl. Wdb. III, 2156; Brederoo III, 242, 47; Halma, 364; Ndl. Wdb. VIII, 426; IX, 1242. Synonieme uitdrukkingen zijn kop of letters (of let); koppers of letters; kop of leeuw fri. letter of liuw; ich of rich (van een mes); menneken of letterken (Gallée, 59 b); stoof of schijt (bij het kooten); hol of bol (bij het opgooien met eene pet); luysen oft noppen (Junius, Nomencl. 215 b); mûnt of vlak (Twente); klingen en dommen (De Bo, 533); in de middeleeuwen zeide men hiervoor ook crucemunten (Stallaert II, 115), en in Vlaanderen gebruikt men thans: klijken; klinkemutsen; dehoofden (of dhoofden); barlikken (Schuerm. 31), enz. Zie Kinderspel en Kinderlust, 3, 69 vlgg.; 4, 76 vlgg.; De Cock1, 286 en vgl. nog de uitdrukking kruis noch munt hebben, fr. n'avoir ni croix ni pile, niets bezitten, dat eigenlijk, daar kruis en munt de twee zijden zijn van éen zelfde muntstuk, eene dwaze uitdrukking schijnt, wanneer men niet weet, dat er vroeger een verschil bestond tusschen een louis d'or en een louis d'argent: dans les louis d'or la pile était la tête ou l'effigie du prince, parce que la croix était de l'autre cóté; dans les louis blancs, au contraire, on appelait la tête du prince la croix, et ses armoiries, qui étaient de l'autre côté, la pile. N'avoir ni croix ni pile signifiait donc exactement n'avoir ni or ni argent (De Cock1, 287). 1952. Met een roode letter in den almanak aangeteekend staan,d.w.z. als een heilige vereerd worden; hooggeschat, in eere gehouden worden; ontleend aan de gewoonte om in den almanak de heilige dagen met een roode letter aan te wijzen; vgl. eng. red-letter day, feestdag; hd. einen Tag im Kalender rot anstreichen. Zie De Brune, Bank II, 21: Kleyne beuzelinghen, die van passe zoo veel zouts hebben, dat-ze niet fletsch en smakeloos zijn, werden gecanonizeert, en verdienen een roode letter in den almanack; Pierlep. 6: Zoo je dat wel uitvoert, je bent een roo letter in jou Almanak; Hooft, Brieven, 563: Ik vind' er U.E. naam al meede gespelt, en, om zoo te zeggen met roode letters; Six. v. Chand. Poesy, 575: Verder Van Effen, Spect. X, 135; Tuinman I, 22: hy zal geen roode letter in den Almanack krijgen; De Cock I1, 248; Volkskunde XIV, 150; Harrebomée I, 13: Het is geen heilige: hij zal geene roode letter in den almanak krijgen; Slop, 105: Hij behoorde tot de zoogenaamde beruchte lui, die met een rood kruis staan aangeschreven Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW. |
