Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

letter - (geschreven taalteken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

letter zn. ‘geschreven taalteken’
Mnl. lettere ‘brief, oorkonde; letter’ in met sinen lettren ‘door middel van zijn oorkonde’ [1236; CG I], littere ‘letterteken, opschrift’ [1240; Bern.], Griexse lettren ‘Griekse letters, het Griekse alfabet’ [1285; CG II], dar heft hi lettren toe ghesent ‘daar heeft hij brieven naar toe gestuurd’ [1285; CG II]; vnnl. letter ‘geschreven taalteken’ [1550; Lambrecht].
Ontleend aan Frans lettre ‘letter’ [1130; Rey], eerder al ‘geschrift’ [ca. 980; Rey] (zie ook → bellettrie), ontwikkeld uit Latijn littera ‘letter’, mv. litterae ‘letters, tekst, geschrift, ambtelijk document’, verdere herkomst onzeker, wellicht verwant met Latijn linere ‘insmeren’, Grieks alínein ‘id.’ (zie → lijm), waarbij dan moet worden gedacht aan het procédé waarbij tekens worden aangebracht met verf of inkt; zie ook → literatuur. Naast littera kende het Latijn ook litera, o.i.v. litum, verl.deelw. van linere. De nevenvorm mnl. littere gaat misschien rechtstreeks terug op het Latijn, maar kan ook een gewestelijke variant zijn, met invloed van Middelhoogduits litter (Duits Letter). De betekenis ‘geschrift’ komt ook in het Middelnederlands veel voor, net als in het Latijn vaak in het meervoud. Deze betekenis hield tot in het Vroegnieuwnederlands stand, wellicht onder invloed van Frans lettre, dat nog steeds zowel ‘letter’ als ‘brief’ betekent. Zie ook → letteren.
hoofdletter zn. ‘grote letter, gebruikt voor eigennamen e.d.’. Vnnl. in de ghemene als óóck inde hóófdletteren ‘in de kleine evenals in de hoofdletters’ [1584; Twe-spraack]. Leenvertaling van Neolatijn lit(t)era capitalis, letterlijk ‘hoofd-letter’, voor het tweede woord zie → kapitaal 1. Synoniemen zijn: grote letter (groote letter [1628; Ampzing]), leenvertaling van het Neolatijnse synoniem lit(t)era maiuscula, letterlijk ‘iets grotere letter’, waarin het tweede woord een verkleinwoord is van maior ‘groter’, zie → majoor; en als drukkersterm kapitaal (capitael litteren [1500; Stall.], kapitaelen, ofte hoofd-letteren [1628; Ampzing]), rechtstreeks of via Frans capitale ‘id.’ [1567; Rey] teruggaand op Latijn (lit(t)era) capitalis. Minder gebruikelijk is majuskel ‘hoofdletter’ (majuskelschrift [1883; WNT]), dat ontleend is aan Frans majuscule ‘id.’ [1718; Rey]. ♦ kleine letter zn. ‘gewone letter’. Vnnl. kleyne letter [1628; Ampzing]. Leenvertaling van Neolatijn lit(t)era minuscula, letterlijk ‘iets kleinere letter’, waarin het tweede woord een verkleinwoord is van minor ‘kleiner’, zie → minder. Ouder is de benaming ghemene letteren (mv.), letterlijk ‘gewone letters’ [1584; Twe-spraack]. Synoniem is onderkastletter (nnl. onderkas letters [1801; Janssen 1982]), verkort tot onderkast [1876; WNT], zo genoemd naar het onderste, best bereikbare gedeelte van de letterkast van de zetter, maar ook na het tijdperk van handmatig letterzetten in gebruik gebleven. Het is nog steeds vooral een drukkersvakterm en staat daarbij tegenover de kapitaal, zie boven. Minder gebruikelijk, behalve in de schriftgeschiedenis, is het synoniem minuskel (minuskelschrift [1883; WNT]), dat ontleend is aan Frans minuscule ‘id.’ [1690; Rey].
Lit.: Ruijsendaal 1989, 128-130; F.A. Janssen (red., 1982), Zetten en drukken in de achttiende eeuw: David Wardenaar's beschrijving der boekdrukkunst (1801), Haarlem, 158

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

letter [schriftteken] {letter(e), littere [letter, brief] 1236} < frans lettre [idem] < latijn littera [letter], litterae (mv.) [brief, letterkunde].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

letter znw. v., mnl. lettere, letter v. ‘letter, brief, geschrift, wetenschap’ < fra. lettre < lit. littera. — Mnl. litter(e) is eerder een dial. nevenvorm, dan een ontlening aan het lat. woord.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

letter znw., mnl. lettere, letter v. “letter, brief, geschrift, wetenschap”. Uit fr. lettre (< lat. lĭttera). De mnl. vorm litter(e) kan deels dial. zijn, deels onder lat. invloed staan. Ook in andere germ. talen ontleend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

letter v., Mnl. lettere, uit Fr. lettre, van Lat. literam (-a), een afleid. van ’t v.d. van linere = besmeren, omdat de letters opgesmeerd werden.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

lètter (zn.) letter; Vreugmiddelnederlands lettere <1236> < Frans lettre.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

let’ter, (ook:) 1. (de, -s), kort voor letterhout* (1): z.a. Het kernhout van letter wordt als sierhout gebruikt (Muntslag 141). - 2. kort voor letterhout* (2): z.a. Letter wordt af en toe naar het buitenland geëxporteerd, maar het eigenaardige van dit hout is dat, wanneer men het ziet, men niet uitgesproken raakt over zijn schoonheid en dat er toch maar zelden naar gevraagd wordt (Muntslag 140). - Etym.: Zie letterhout* 1 en 2.

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Letter en geest, vorm en inhoud.
Naar de letter, letterlijk.
Naar de geest, naar de inhoud, naar de bedoeling.
De letter doodt, de geest maakt levend, het gaat niet om de vorm maar om de inhoud.
Een dode letter, een regel die niet wordt nagevolgd, alhoewel deze wel is vastgelegd.

Letter en geest vinden we in de NBV samen in 2 Korintiërs 3:6,'Hij heeft ons geschikt gemaakt om het nieuwe verbond te dienen: niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend'. In de NBG-vertaling komt de combinatie vaker voor, waaronder in Romeinen 2:29, 'maar híj is een Jood, die het in het verborgen is, en de ware besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter. Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van God' en 2 Korintiërs 3:6, 'die ons ook bekwaam gemaakt heeft om dienaren te zijn van een nieuw verbond, niet der letter, maar des Geestes, want de letter doodt, maar de Geest maakt levend'. De letter duidt de vorm van een regel of wet aan, en de geest dat wat geacht wordt de juiste inhoud of bedoeling te zijn (in de bijbel: het geloof, de uitoefening van de godsdienst; vergelijk ook nog Romeinen 2:27 en 7:6, beide in de NBG-vertaling). De naam van de literatuurbijlage van het dagblad Trouw, 'Letter & geest', is een kernachtige samenvatting van de genoemde uitdrukkingen.
Iets naar de letter doen is iets exact zo uitvoeren als het beschreven of voorgeschreven staat. Een bepaalde wet of afspraak is een dode letter wanneer deze in de praktijk niet uitgevoerd wordt.

Leuvense Bijbel (1548), Romeinen 2:29. Maer die int verborghen een Jode is, dat is een Jode, ende die besnijdenisse des herten is een besnijdenisse inden gheest, niet nae die lettere, welcs lof niet vanden menschen, maer van Gode is. (De Moerentorfbijbel (1599) sluit hierbij aan. De overige geraadpleegde bijbels hebben in den letter of in der letteren.)
Ze verbieden zelfs niet om druggebruik te legaliseren, hoewel de jurist van de commissie Dufour daarvoor een redenering op tafel tovert die wel de letter maar waarschijnlijk niet de geest van de internationale verdragen respecteert. (NRC, jan. 1995)
Bolkestein: 'De mensen kunnen gerust zijn. Ik ben goed voor mijn handtekening. We zullen het regeerakkoord naar de letter en geest uitvoeren, zonder chicanes.' (NRC, aug. 1994)
Onderwerp: Veronica -- uitlui. PVDA en D'66 hebben geen bezwaar tegen een commercieel Veronica zolang de omroep maar naar de geest van de wet handelt. (Journaal, okt. 1994)
[G.K. van het Reve:] [...] Nee, ze zijn dus geschreven voor de lezers van Tirade, lijkt me. [Interviewer:] Die toch de kanker kunnen krijgen. [Van het Reve:] Ach, je moet alles niet letterlijk nemen wat ik schrijf. Dat is met alle geïnspireerde boeken, de letter die doodt.' (H.U. Jessurun d'Oliveira, Scheppen riep hij gaat van Au, 1967 (1965), p. 166)
De wet veilige derde landen is een vorm van symboolwetgeving, waarvan het effect een verlenging van de asielprocedure zal zijn, tenzij de wet een dode letter blijft omdat hij niet wordt toegepast. (NRC, dec. 1994)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

letter ‘schriftteken’ -> Indonesisch léter ‘schriftteken’; Jakartaans-Maleis lèter ‘schriftteken’; Javaans lèter ‘schriftteken; opschrift; naambordje’; Madoerees lettēr, leter, letēr ‘letter van het Latijnse schrift’; Japans retteru ‘label, etiket’; Negerhollands letter ‘schriftteken’; Papiaments lèter, lèterchi (ouder: letter) ‘schriftteken; spier; s-vormig (pinda)koekje; handschrift’; Sranantongo lèter ‘schriftteken’; Saramakkaans letè ‘schriftteken’; Surinaams-Javaans lèter ‘schriftteken’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

letter schriftteken 1236 [CG I1, 20] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1293. Kruis of munt.

Eig. die zijde van het muntstuk, waarop een kruis gestempeld is of de keerzijde. Bijna alle munten hadden in de middeleeuwen aan de eene zijde een kruis, en wanneer dit er niet op stond, dan werd kruis genoemd die zijde, waarop de beeltenis stond van den vorst: de ander zijde heette pila, vanwaar de fr. uitdr. croix ou pile; hd. Kopf oder Schrift; eng. cross or pile; heads or tails. Cruce ende (of) munte werpen was eene reeds in de middeleeuwen voorkomende uitdrukking, die men bij het dobbelspel gebruikte, waarbij gewed werd, welke zijde van de munt boven zou komen te liggen. Zie het Mnl. Wdb. III, 2156; Brederoo III, 242, 47; Halma, 364; Ndl. Wdb. VIII, 426; IX, 1242. Synonieme uitdrukkingen zijn kop of letters (of let); koppers of letters; kop of leeuw fri. letter of liuw; ich of rich (van een mes); menneken of letterken (Gallée, 59 b); stoof of schijt (bij het kooten); hol of bol (bij het opgooien met eene pet); luysen oft noppen (Junius, Nomencl. 215 b); mûnt of vlak (Twente); klingen en dommen (De Bo, 533); in de middeleeuwen zeide men hiervoor ook crucemunten (Stallaert II, 115), en in Vlaanderen gebruikt men thans: klijken; klinkemutsen; dehoofden (of dhoofden); barlikken (Schuerm. 31), enz. Zie Kinderspel en Kinderlust, 3, 69 vlgg.; 4, 76 vlgg.; De Cock1, 286 en vgl. nog de uitdrukking kruis noch munt hebben, fr. n'avoir ni croix ni pile, niets bezitten, dat eigenlijk, daar kruis en munt de twee zijden zijn van éen zelfde muntstuk, eene dwaze uitdrukking schijnt, wanneer men niet weet, dat er vroeger een verschil bestond tusschen een louis d'or en een louis d'argent: dans les louis d'or la pile était la tête ou l'effigie du prince, parce que la croix était de l'autre cóté; dans les louis blancs, au contraire, on appelait la tête du prince la croix, et ses armoiries, qui étaient de l'autre côté, la pile. N'avoir ni croix ni pile signifiait donc exactement n'avoir ni or ni argent (De Cock1, 287).

1952. Met een roode letter in den almanak aangeteekend staan,

d.w.z. als een heilige vereerd worden; hooggeschat, in eere gehouden worden; ontleend aan de gewoonte om in den almanak de heilige dagen met een roode letter aan te wijzen; vgl. eng. red-letter day, feestdag; hd. einen Tag im Kalender rot anstreichen. Zie De Brune, Bank II, 21: Kleyne beuzelinghen, die van passe zoo veel zouts hebben, dat-ze niet fletsch en smakeloos zijn, werden gecanonizeert, en verdienen een roode letter in den almanack; Pierlep. 6: Zoo je dat wel uitvoert, je bent een roo letter in jou Almanak; Hooft, Brieven, 563: Ik vind' er U.E. naam al meede gespelt, en, om zoo te zeggen met roode letters; Six. v. Chand. Poesy, 575:

 Ik teeken in myn almanach
 Met rooden ink dien goeden dagh.

Verder Van Effen, Spect. X, 135; Tuinman I, 22: hy zal geen roode letter in den Almanack krijgen; De Cock I1, 248; Volkskunde XIV, 150; Harrebomée I, 13: Het is geen heilige: hij zal geene roode letter in den almanak krijgen; Slop, 105: Hij behoorde tot de zoogenaamde beruchte lui, die met een rood kruis staan aangeschrevenOok in het Fransch beteekent être écrit là en lettres rouges, er slecht aangeschreven zijn; marquer quelqu'un à l'encre rouge.; Ndl. Wdb. XIII, 1182; 1183; vgl. het fri.: hy kriget in reade letter yn 't almenak, hij heeft zich verdienstelijk gemaakt, dit zal hem in 't vervolg goed doen. De Romeinen zeiden albo of candido calculo notare, met een wit steentje merken; vgl. no. 1238.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut