Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lens - (gekromd doorzichtig lichaam)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

lens 1 zn. ‘voorwerp waarmee de richting van lichtstralen, geluidsgolven e.d. beïnvloed kan worden’
Nnl. Lens betekent eigentlyk een klein Glas, dat de gedaante van een Lins heeft [1744; Baker], bolronde lensen van een groot brandpunt [1820; WNT Aanv. depolariseeren], de kristallijne lens ‘de ooglens’ [1841; WNT].
Wetenschappelijk neologisme, gevormd op basis van Latijn lēns (genitief lentis) ‘linze’, vanwege de vormgelijkenis tussen een linze en een bolle lens. Zie verder → linze. Het woord kan zijn ontleend via Engels lens ‘lens’ [1693; OED]; de eerste Nederlandse attestatie is een vertaling uit het Engels.
Aan het eind van de 16e en het begin van de 17e eeuw werd door wetenschappers al volop over lenzen geschreven, maar de oudste attestatie van een woord voor ‘linze’ dat in verband gebracht wordt met een lens, is pas uit 1637: Frans un verre en forme de lentille ‘een glas in de vorm van een linze’ [TLF], bij René Descartes, over de ooglens. Daarna verschijnt in het Italiaans lente ‘lens’ [1642; DELI], bij de astronoom Galileo Galilei, over een vergrootglas. In het Italiaans werd lente in de 14e eeuw ook nog gebruikt in de betekenis ‘linze’ [DELI], naast het thans nog steeds bestaande lenticchia uit het Latijnse verkleinwoord lenticula ‘kleine linze’.
In het Frans is de nieuwe betekenis ‘lens’ toegevoegd aan lentille ‘linze’, eveneens uit het Latijnse verkleinwoord lenticula ‘kleine linze’; ook in het Duits is de nieuwe betekenis ‘lens’ toegevoegd aan het bestaande erfwoord Linse ‘linze’. Het Engels onderscheidt lens ‘lens’, dat ontleend is aan het Latijn, en lentil ‘linze’, dat ontleend is aan het Frans.
Lit.: H. Baker (1744), Het microscoop gemakkelyk gemaakt ..., Amsterdam, I, 1

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lens2 [gekromd doorzichtig lichaam] {ca. 1805} < latijn lens [linze] (vgl. linze); de betekenisoverdracht is het gevolg van overeenkomst in vorm.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

lens 3 znw. v. ‘glazen lens’ is hetzelfde woord als lens ‘linze’, waarvoor zie: linze.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

lens III (glazen lens, lens van ’t oog). = lens “linze”. Zie linze.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

lens: oogdeel; bep. vorm v. glas in brille, mikroskope, verkykers, ens., om beeld vir die oog te vergroot; Ndl. lens/(soms) lins (nog nie by Kil nie), Eng. lens, Hd. linse, hou verb. m. lensie (q.v.).

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Lens (Lat. lens, gen. léntis = linze, platte erwt (in het midden dikker dan aan den rand). Het woord lens (= linze) werd in overdrachtelijken zin gezegd van de ooglens wegens de gelijkenis van vorm, en later voor de geslepen glazen waarvan de eerst gemaakte (die in het midden het dikst waren) op een linze geleken. Zo draagt ook de dubbel-bolle schijf aan een slinger den naam lens. In M.E. Latijn kreeg lens ook de nieuwe betekenis; b.v. lens crystállina = glazen lens.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

lens ‘vergrootglas’ -> Indonesisch lén, lénsa ‘vergrootglas’; Menadonees lèns ‘(contact)lens’; Japans renzu ‘vergrootglas’; Papiaments lèns ‘vergrootglas’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lens vergrootglas 1744 [Baker, Het microscoop gemakkelyk gemaakt 1] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut