Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

leng - (kabeljauw)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

leng1* [kabeljauw] {1478 in de betekenis ‘stokvis’} middelnederduits lenge, middelengels lenge, linge (engels ling), oudnoors langa, hoogduits Längfisch, van lang, dus de lange vis.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

leng 1 znw. m. ‘soort kabeljauw, molva molva, sedert Kiliaen: lenghe, linghe, mnd. lange, nnd. lenge, nhd. länge (langfisch), me lenge, lienge, linge, ling (ne. ling), on. langa. — Afl. van lang; de vis is zeer lang. — > russ. leng (sedert 1717, vgl. R. v. d. Meulen, Verh. A W Amsterdam 66, 2, 1959, 56).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

leng I (soort kabeljauw), sedert Kil.: lenghe, linghe. Evenals nhd. länge, langfisch, ndd. lenge, mnd. lange, meng. lenge, lienge, ling(e) (eng. ling), de. lange, zw. långa, on. langa v. “leng” een afl. van lang. De visch heet naar zijn gerekten vorm. Fr. lingue “leng” komt uit ’t Ndl. of uit ’t Eng.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

leng 1 v. (kabeljauw), Mnl. lenghe + Hgd. längfisch, De. lange, Zw. långa. Eng. ling; bij lang 1. Hieruit Fr. lingue.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

lent 1, zn.: kleine, slappere kabeljauw. Wellicht lind, nl. Ohd. lind, lint ‘slang’, On. linnr ‘draak, slang’, verwant met Lat. lentus ‘buigzaam’ en Ohd. lind(i) ‘zacht’, D. (ge)linde ‘zacht’. Of met paragogische t voor leng ‘kabeljauwachtige vis, Molva molva’?

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

linge (G), leng (ZV), zn. v.: leng, kabeljauwachtige vis, Molva molva. Vnnl. linghe, lenghe 'piscis ex asellorum genere' (Kiliaan). 1712 lyngens lanck ende smal, pylsteerten in 't getal, Gent (LC). Uit linge ook Fr. lingue. Afl. van lang, vanwege zijn lengte. E. ling, D. Längfisch.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

linge (O), linie, linje (DB), zn. v.: leng, soort stokvis, Molva molva. Vroegnnl. linghe, lenghe ‘piscis ex asellorum genere’ (Kiliaan). Uit linge ook Fr. lingue. Afl. van lang, vanwege zijn lengte. E. ling, D. Längfisch. De vormen linie, linje (DB) beantwoorden veeleer aan Fr. ligne.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

leng, lengvis ‘soort kabeljauw, die o.a. als stokvis wordt gegeten’ -> Engels ling ‘soort kabeljauw’; Frans lingue ‘soort kabeljauw’; Frans † langui ‘gedroogde mannetjeskabeljauw’; Russisch leng ‘soort kabeljauw’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut