Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

leiding - (buis, samenstel van buizen waar iets (bijv. water) doorheen geleid wordt)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

lei’ding (de, -en), (ook:) wetering, afwateringskanaal. Het ministerie van Districtsbestuur en Decentralisatie is belast met het onderhoud van sekundaire en tertiaire leidingen (Sur.Bull. 9 (1): 11; 1978). - Etym.: In Ned. alleen gebr. in sommige streken op het platteland en bij vakmensen. - Opm.: Tussen Paramaribo en Uitkijk is Leiding de eigennaam van een aantal genummerde weteringen (Leiding 1, Leiding 2, enz.), tevens adres van de bewoners erlangs.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

leiding ‘buis, samenstel van buizen waar iets (bijv. water) doorheen geleid wordt’ -> Indonesisch léding ‘buis, samenstel van buizen waar iets (bijv. water) doorheen geleid wordt’; Javaans lèdheng ‘buis, samenstel van buizen waar iets (bijv. water) doorheen geleid wordt’; Minangkabaus ledeng ‘buis, samenstel van buizen waar iets (bijv. water) doorheen geleid wordt’; Muna lede ‘leidingwater’; Surinaams-Javaans Lèdheng ‘plaatsnaam’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut