Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

legio - (zeer talrijk)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

legio [zeer talrijk] {1637} < latijn legio [legioen, legermacht] (vgl. legioen).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

legio: menigte; Ndl. legio is dies. as legioen (Mnl. leghioen) uit Fr. légion uit Lat. legio, “leërafdeling”, maar het in sy Lat. vorm legio m. die Bybelvert. i. d. bet. “groot menigte” in gebr. gekom n.a.v. Mark. 5:9 en Luk. 8:30.

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Legio, grote menigte (zelfstandig naamwoord); talrijk (bijvoeglijk naamwoord).

Dit woord gaat waarschijnlijk terug op een episode in het Nieuwe Testament. In het land der Gerasenen ontmoette Jezus een bezetene. Toen Jezus vroeg hoe zijn naam was, kreeg hij als antwoord: 'Legioen is mijn naam, want we zijn met velen' (Marcus 5:9, NBV); in de Statenvertaling (1637): 'Mijnen naem is Legio, want wy zijn vele.' Het gebruik als bijvoeglijk naamwoord met de betekenis 'talrijk' is volledig ingeburgerd in het hedendaagse Nederlands.

Luikse Diatessaron (1291-1300), p. 64, 35 - p. 66, 2. Ende Ihesus antwerdde den ghenen die dar sprac, aldus: Var ut, onreine ghest. Seghe, wat namen hefs du? Ende deghene antwerdde: Legio, want onser es vele -- Dit legio ludt also vele alse en getal dat heft ses dusentech ses hondert sesse ende sestech, ende dar omme seidense: Onser es vele -- [...]. (In de Leuvense Bijbel (1548) en de Moerentorfbijbel (1599) staat Legioen, in de andere geraadpleegde bijbels Legio.)
Het hoofdthema wordt meteen aan het begin van het boek [J.H. van den Berg, Leven in meervoud (1963)] duidelijk geformuleerd: 'Elk onzes is niet één, maar legio. [...]'. (A.C. Zijderveld, De samenleving als schouwspel. Een sociologisch leer- en leesboek, 1996 (1991), p. 221)
Maar de beperkingen waren legio en het ageren tegen een vastgeroeste christendemocratische mentaliteit zelfs levensgevaarlijk. (Elsinck, Biecht van een huurmoordenaar, 1992, p. 169)
Drank en sex gaan een duivels verbond aan. De romans beschrijven legio gevallen van dit soort verloedering, [...] (Nederlandse letterkunde, 1999, p. 14)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

legio (Latijn legio)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

legio ‘zeer talrijk’ -> Indonesisch légio ‘zeer talrijk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

legio zeer talrijk 1637 [Statenvertaling (Marcus 5:9)] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut