Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

legger - (dat wat ligt of waarop iets wordt gelegd)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

legger zn. ‘dat wat ligt of waarop iets wordt gelegd’
Mnl. leggher ‘iets wat als basis dient’, bijv. ‘de onderste, vaste molensteen’ in an die zelve molen ... den leggher te rechten ‘in die molen de legger te herstellen’ [1343-46; MNW], een ruwe zwert copertory, dair ons legger in gebonden is ‘een ruwe zwarte omslag, waar ons register in gebonden is’ [1484; MNW]; vnnl. legger ‘kadaster, register’ in de leggere van al den lande, toebehoorende de kercke van N. ‘register van heel het land dat toebehoort aan de kerk van N.’ [1532; MNW], ‘inhoudsmaat’ in 60: leggers waeter [1631; WNT], ‘liggende balk waarop een constructie rust’ [1697; WNT]; nnl. ‘ijkmodel, ijkmaat’ in of de Manufacturen ... zyn ... conform de Leggers ‘of de weefsels overeenkomen met de voorbeeld-stalen’ [1706; WNT], legger ‘geschift dat als basis dient’ [1844; WNT].
Afleiding van → leggen of → liggen. In het (westelijke) Middelnederlands werd tussen deze werkwoorden in de tegenwoordige tijd en de onbepaalde wijs geen onderscheid gemaakt; uitsluitend legghen bestond, en vandaar leggher. De vooral in het Nieuwnederlands voorkomende vorm ligger is in de meeste betekenissen niet algemeen geworden.
Het gemeenschappelijke betekeniselement is ‘voorwerp dat als basis dient, dat op een vaste plaats is gelegd’. Daarnaast kwam legger ook voor met de gewone functie van het achtervoegsel -er (zie → -aar), namelijk als aanduiding van een handelende persoon of een voorwerp waarmee gehandeld wordt. In die betekenis is het woord echter verouderd of zeer vaktalig, bijv. legger ‘iemand die haringen in een ton pakt’ [1511; WNT].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

legger 1 znw. m., mnl. leggher ‘register’, eig. ‘boek, dat op een vaste plaats gelegd wordt’, afl. van leggen. — > ne. ledger (1481, vgl. Bense 182-3).

legger 2 znw. m. ‘watervat aan boord van schepen; inhoudsmaat’, vroeg-nnl. een afl. van leggen. — > russ. legger (nu verouderd; vgl. R. v. d. Meulen, Verh. AW Amsterdam 66, 2, 1959, 55-56).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

lêer s.nw.
1. Omslag waarin briewe, dokumente, e.d. gebêre word, of inhoud van die omslag. 2. (rekenaarwetenskap) Onderskeibare eenheid data wat op 'n rekenaar geskep en op skyf geberg is.
In bet. 1 uit Ndl. legger (Mnl. leggher 'register'). Bet. 2 is 'n leenbetekenis van Eng. file (1954).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

lêer: 1. wynmaat; 2. lias; Ndl. legger (Mnl. leggher in bet. “register”, vgl. Ndl. legger en lias), maar legger in bet. “kuip, watervat, wynmaat” blb. eers sedert 17e eeu), hou verb. m. (q.v.); by vRieb legger, gew. gevolg d. wijn.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

legger ‘groot vat’ -> Deens lægger ‘legvat’; Russisch † legger ‘groot vat met water, in het ruim van een schip’; Indonesisch léger ‘groot vat’; Boeginees lêgeré ‘groot vat, legvat’; Javaans lèger ‘groot vat’; Madoerees legēr ‘vat’; Makassaars lêgeré ‘groot vat, asfaltvat’; Nias lege ‘ton’; Soendanees legĕr ‘groot vat, teerton, okshoofd’; Creools-Portugees (Ceylon) legher ‘groot vat’.

legger ‘register, grootboek’ -> Engels ledger ‘register, grootboek’; Maltees leġer ‘register, grootboek’ ; Indonesisch léger ‘naam van sommige openbare registers’; Javaans lèger ‘register’.

legger ‘balk’ -> Fries lêger, legger ‘balk’; Engels ledger ‘(dwars)balk; grafplaat’; Russisch legger ‘stutbalk’; Indonesisch léger ‘dwarsbalk waarop men een vloer legt’.

legger ‘iemand die de handeling verricht van het leggen’ -> Duits dialect Legger ‘persoon die geld voor de gemeenschappelijke bouw van de dijk en het waterbeheer neerlegt’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut