Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

leeuwendeel - (het gewichtigste deel van iets)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

leeuwendeel [het gewichtigste deel van iets] {1886} De uitdrukking is ontleend aan de fabelliteratuur (Aesopus, Phaedrus, Lafontaine). De koe, de geit en het schaap gaan op jacht met de leeuw, maar als de verdeling van de buit aan de orde komt, behoudt de leeuw alles, gewoon omdat hij een leeuw is.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

9. Het aandeel van den leeuw of het leeuwen(aan)deel,

d.i. het geheele bezit of het grootste deel van iets, dat een machthebbende zich aanmatigt, in plaats van het naar recht en billijkheid met anderen te deelen. Deze uitdrukking is ontleend aan de fabel, waarin een koe, een geit en een schaap met den leeuw op jacht gaan en afspreken, dat ieder een gelijk gedeelte van den buit zal krijgen. Als eindelijk een hert gevangen wordt in het net van de geit en men tot de verdeeling zal overgaan, behoudt de leeuw alles voor zich, eenvoudig omdat hij een leeuw is, nominor quia leo, zegt hij. Zie 258ste, 260ste fabel bij Aesopus; de 147ste fabel bij Phaedrus; Lafontaine liv. 1, fab. 6. Vgl. fr. la part du lion; hd. der Löwenanteil; eng. the lion's share.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut