Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

laser - (intens, gericht monochroom coherent licht; toestel voor het produceren daarvan)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

laser zn. ‘intens, gericht monochroom coherent licht; toestel voor het produceren daarvan’
Nnl. laser ‘toestel voor het produceren van laserstralen’ in de boektitel Bibliografie masers en lasers [1962; Picarta], laser ‘(het produceren van) een zeker type licht(straal)’ in laser [is]... lichtversterking door gestimuleerd uitzenden van straling [1964; WNT Aanv.].
Ontleend aan Engels laser ‘toestel voor de productie van zeker type lichtstraal’, een neologisme dat in 1959 werd geïntroduceerd in een publicatie van de Amerikaanse natuurkundige Gordon Gould (1920-2005) voor het apparaat dat toen nog niet bestond, maar waarvoor hij de ideeën en toepassingen had bedacht; de eerste werkzame laser werd in 1960 gebouwd. Het woord is gevormd uit de beginletters van Light Amplification by Stimulated Emission of Radiation ‘lichtversterking door gestimuleerde uitzending van straling’, een beknopte omschrijving van het natuurkundige principe waarop de laser is gebaseerd. De grondvorm van het acroniem is bedacht door de Amerikaanse natuurkundige Charles Townes (1915), die in 1955 de ontwerper en naamgever was van de maser, de Microwave Amplification by Stimulated Emission of Radiation ‘versterker voor microgolven’.
Door de zeer wijde toepasbaarheid van de laser is dit een algemeen bekend woord geworden. Andere apparaatnamen die op hetzelfde natuurkundige principe zijn gebaseerd, maar met andere elektromagnetische golflengten werken, zoals de maser en de raser (r = radio-frequency), zijn tot de vaktaal blijven behoren.
laseren ww. ‘met lasertechniek bewerken’. Nnl. het “laseren” van bepaalde kleuren (in foto's) [1994; Algemeen Dagblad], het laseren van het netvlies [1995; Gelderlander], dotteren werkt beter dan laseren (bij hartpatiënten) [1996; Volkskrant]; vooral algemeen bekend geworden als (de ogen) laten laseren ‘het hoornvlies laten behandelen met lasertechniek, zodat bril of contactlenzen overbodig worden’. Afleiding van laser.
Lit.: R. Bakker (red.) (1962), Bibliografie masers en lasers, 's-Gravenhage

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

laser [stralingsversterker] {na 1950} < engels laser, letterwoord uit Light Amplification by Stimulated Emission of Radiation [lichtversterking door gestimuleerde uitzending van straling].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

laser s.nw.
1. Proses waardeur lig versterk word deur lig te gebruik om die uitstraling van meer lig te stimuleer m.b.v. opgewekte atome of molekules. 2. Toestel waarin dié proses plaasvind en wat besonder suiwer, gekonsentreerde lig voortbring. 3. Laserskyf.
In bet. 1 en 2 uit Eng. laser (1960). In bet. 3 'n verkorting van laserskyf.
Eng. laser is 'n letternaam vir light amplification by stimulated emission of radiation.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

laser: lettn. v. Light Amplification by Stimulated Emission of Radiation.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

laser (Engels laser)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

laser stralingsversterker 1964 [Aanv WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut