Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lapsus - (fout, vergissing)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

lapsus zn. ‘fout, vergissing’
Nnl. lapsus ‘fout, vergissing’ [1847; Kramers], toch was deze “lapsus” karakteristiek [1883; Groene Amsterdammer].
Ontleend, al dan niet via een andere West-Europese taal, aan Latijn lāpsus ‘fout, vergissing, uitglijder’, letterlijk ‘het voortglijden, het neerstorten’, afleiding van lābī ‘zich vergissen’, een overdrachtelijke betekenis van ‘uitglijden, naar beneden glijden’, zie → labiel.
In het verleden kwamen alleen enkele vaste, uit het klassiek Latijn overgenomen verbindingen voor, zoals lapsus linguae ‘verspreking’, lapsus calami ‘verschrijving’ [beide 1847; Kramers] en in mindere mate lapsus memoriae ‘vergissing’ [1824; Weiland], bijv. in een lapsis [sic] lingue, hoor, dat moet je my vergeeven [1714; WNT pissen]. Als simplex heeft het de algemene betekenis ‘vergissing’ gekregen. In het BN is het woord gebruikelijker dan in het NN, onder invloed van Frans lapsus met dezelfde betekenis.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lapsus [vergissing] {1714} < latijn lapsus [het uitglijden, misstap, fout, vergissing], van labi [(uit)glijden, struikelen].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lapsus vergissing 1714 [WNT pissen] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut