Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lap - (nietswaardige vent)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lap2* [nietswaardige vent] {lap en leur [slecht mens, slecht volk] ca. 1600} is vermoedelijk lap1, dat dialectisch ook ‘klap’ betekent en dan via ‘tegenslag’ tot ‘domheid’ evolueerde, ofwel is het verward met leppen en dan betekent het eigenlijk ‘een kind dat lept’ en dus ‘onnozele hals’.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

lap: dronkaard; slappe vent. Eigenlijk: vod en vandaar: waardeloze kerel. In de Vlaamse uitdrukking op de lappen gaan (de kroegen afschuimen; aan de zwier gaan) heeft lap echter de betekenis van ‘schoenzool’. Zie ook zatlap* en zuiplap*.

De gewoonte wordt behoefte: hij is verloren, hij is een dronkaard, een lap geworden, hoe spoedig een smeerlap! (Johannes Kneppelhout, Studentenleven, 1841-1844)
De man heeft zoo zijn vaste denkbeelden. Ik weet niet, wat hij al niet in dien drank ziet. Dronken? Nu ja, ik hoop nooit een lap te worden; neen nooit! Zoo als bij voorbeeld die baanveger daar. Zijne arme vrouw lijdt honger, en zij krijgt een’ dronken man met een leêge beurs t’ huis. (C.E. van Koetsveld, Verspreide kinderverhalen, 1885)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut