Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lankmoedig - (geduldig, volhardend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

lankmoedig bn. ‘geduldig, volhardend’
Mnl. eerst in de afleiding lancmoedicheit ‘volharding’ [1340-60; MNW-P], dan die minne is ... lancmoedich ‘de liefde is volhardend’ [1430-50; MNW-P], dat lancmoedighe verbeiden ‘het geduldige wachten’ [ca. 1450; MNW].
Gevormd met het achtervoegsel → -ig uit mnl. lanc ‘lang’ (zie → lang) en → moed, als leenvertaling van christelijk Latijn longanimus ‘geduldig, volhardend’, gevormd uit longus ‘lang’ en animus ‘geest, gemoed’, en zelf weer een leenvertaling van Grieks makróthūmos ‘lankmoedig’, gevormd uit makrós ‘lang, groot’, zie → macro-, en thūmós ‘geest, gemoed’, zie ook → dons.
Mnd. lankmodich; ohd. lancmuotig (nhd. langmütig); got. laggamodei ‘lankmoedigheid’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lankmoedig* [toegevend] {lancmoedich 1450} vertalende ontlening aan chr. latijn longanimis [lang kunnende verdragen, geduldig], van longus [lang] + animus [ziel, gemoed]; in het middelnl. betekende moet ook gemoed, geestesstemming. Het lat. vertaalde < grieks makrothumos, van makros [lang, groot] + thumos [gemoed].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

lankmoedig bnw., mnl. lancmoedigh, mnd. lankmōdich, ohd. lancmuotig (nhd. langmütig), vgl. got. laggamodei ‘lankmoedigheid’ vertaling van lat. longanimus < gr. makróthumos.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† lankmoedig bnw., sedert het Mnl. Ohd. Mnd. Het Ags. heeft longmôd ‘lankmoedig’. Vertalingen van lat. longanimis, dat gevormd is naar gr. makróthumos. Got. laggamodei v. (= ohd. lancmuotî v.) vertaalt gr. makrothumía.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

lankmoedig bijv., vertaling van Lat. longanimus.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

lankmoedig (vert. van Latijn longanimus)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

lankmoedig ‘toegevend’ -> Negerhollands langmoedig ‘geduldig’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lankmoedig* toegevend 1450 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut