Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

landschap - (landstreek, landelijke omgeving)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

landschap* [landelijke omgeving, schilderstuk met voorstelling daarvan] {lantscap, lantschep [gewest, land, vaderland] 1201-1250} van land + -schap.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

landschap znw. o. ‘uitgestrektheid land, dat men overziet; schilderstuk, dat een landschap voorstelt’. Met de ndl. schilderkunst kwam het woord in het ne. als landscape (sedert 1598 bekend), vgl. Bense 175 en H. Marquardt GRM 30, 1942, 281-2.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

landschap o., komt reeds Os., Ohd., Ags. en Ofri. voor, is niet een gewone afleiding, maar een navolging van graafschap.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

landschap ‘landstreek, landelijke omgeving; schilderstuk, geschilderd landschap’ -> Engels landscape ‘landschapsfoto of -schildering; uitzicht, panorama’; Deens landskab ‘landstreek, landelijke omgeving’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors landskap ‘landstreek, landelijke omgeving’; Indonesisch Landschap, Lans(e)kap ‘zelfbesturend district onder Nederlands gezag’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

landschap* landstreek, landelijke omgeving 1240 [Bern.]

landschap* schilderstuk, geschilderd landschap 1617 [WNT]

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

landschap, sector van het openbare leven. Meestal in samenstellingen, bijvoorbeeld medialandschap, perslandschap. Sinds het begin van de jaren tachtig.

Medialandschap: het politieke mijnenveld van het overheidsbeleid met betrekking tot de media. In 1965 struikelde het kabinet-Marijnen over de omroepkwestie. De meestbetrokkenen duiden vooral de politieke hobbel rondom de omroep aan als het medialandschap. (Marco Bunge: Politiek Woordenboek, 1985)
Bewoners kunnen dank zij een interactief datalandschap grasduinen in de archieven van partijen, in bibliotheken en in de UIT-agenda. (De Volkskrant, 04/02/94)
Behalve op zaken stortte hij zich vol overgave op het brede medialandschap. (Vrij Nederland 16/04/94)
Je ziet aan het perslandschap wel dat we een welvarend land zijn met weinig conflicten. (Elsevier, 04/01/97)
De VLD hertekent het onderwijslandschap op haar onderwijscongres... (Knack, 26/03/97)
Groof wil helemaal niet spreken in termen van een overstap (of terugkeer) van VTM naar BRTN. In het huidige tv-landschap vindt hij dat trouwens volledig voorbijgestreefd. (De Morgen, 18/06/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut