Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

landbouw - (akkerbouw, veldarbeid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

landbouw zn. ‘akkerbouw, veldarbeid’
Vnnl. landbou [1631; WNT toedoen I], gheen nootzaeckelicker ambacht, als de landbouw [1657; WNT].
Afleiding van het oudere zn. landbouwer ‘boer, landman’ < mnl. lantbouwer [1514; MNW], dat is afgeleid met het achtervoegsel -er (zie → -aar) van → land en het werkwoord → bouwen in de Middelnederlandse betekenis ‘bewerken van het land’.
Ouder zijn de synoniemen lantbouwinghe [ca. 1465; MNW] en landtbouwerye [1602; WNT].

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

landbouw ‘agricultuur’ -> Indonesisch lambou ‘agricultuur’; Muna landibou ‘cassave-soort’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut