Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lampion - (papieren lantaarn)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

lampion zn. ‘papieren lantaarn’
Nnl. lampion ‘klein lampje, illumineer-lampje’ [1777; Meijer].
Via Frans lampion ‘papieren lantaarn’ [ca. 1750; Rey], eerder al ‘scheepslantaarn’ [1510; Rey], ontleend aan Italiaans lampione ‘grote lantaarn’, met vergrotingsachtervoegsel afgeleid van lampa ‘lantaarn’, ontleend aan Frans lampe ‘id.’, zie → lamp.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lampion [feestverlichting] {1810} < frans lampion [vetpotje, illumineerglas, lampion] < italiaans lampione [lantaarn], vergrotingsvorm van lampa [lamp].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

lampion znw. m., eerst na Kiliaen < fra. lampion of ital. lampione, verkleinwoord van fra. lampe, ital. lampa.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

lampion znw., nog niet bij Kil. Uit fr. lampion of it. lampione, een afl. van fr lampe, it. lampa (zie lamp).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

lampion s.nw.
Klein lampie wat vir beligting of as versiering gebruik word.
Uit Ndl. lampion (1810).
Ndl. lampion uit Fr. lampion.
It. lampione.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

lampion (Frans lampion)

E. Sanders (1997), Borrelwoordenboek: 750 volksnamen voor onze glazen boterham, Den Haag

lampion In de eerste helft van deze eeuw in Gent gehoord voor ‘borrel’. Volgens een Gents dialectwoordenboek werd het weinig gebruikt. Toch is het in 1984 nog in een verzameling Vlaamse volkstaal opgenomen. De borrelnaam is uit de Franse dieventaal geleend, waar lampion in 1928 is gevonden voor ‘glaasje eau-de-vie’. In Noord-Brabant wordt een borrel wel een lampionneke genoemd.
Vergelijk lampje en lantaarntje.

[Liev.-Coopm. 758; Mullebrouck 335]

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

lampion ‘feestverlichting’ -> Indonesisch lampion ‘feestverlichting, papieren lantaarn’; Madoerees lampiyon ‘feestverlichting’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lampion feestverlichting 1810 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut