Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lambiek - (biersoort)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

geuze zn. ‘biersoort’
Nnl. eerst in de samenstelling geuzelambik ‘Brusselse biersoort’ in Brussel! ... Stad van faro en geuze lambik [1903; WNT lambik], geuze-lambic [1925; van Dale Hwb.], dan ook niet samengesteld, in geuze ‘amberkleurig bier uit de buurt van Brussel, bereid door nagisting van lambik op de fles’ in nog 'nen alve flesch geuze [1931; WNT Aanv.], van de schuimloze lambiek na ongeveer een jaar de schuimende lambiek of geuze [1957; WNT Aanv.].
In de samenstelling geuzelambi(e)k ‘biersoort’ is geuze mogelijk ontleend aan Hoogduits Gose ‘zeker type bovengistend bier’ [14e eeuw; Kluge], oorspronkelijk bier uit Goslar en genoemd naar het riviertje de Gose dat door die stad stroomt. Het tweede lid lambi(e)k ‘bier van tarwe en gerst’ [voor 1869; WNT uitzet] is mogelijk afkomstig van (bier) alambiek ‘(bier uit het) distilleertoestel’ (bij wijze van spreken, omdat het bier zo sterk is) of ‘uit het brouwvat’ (omdat dat de vorm van een distilleerkolf had) en is ontleend aan Frans (bière) alambic. Daarin is alambic ‘distilleertoestel’ [alambit 1269-77; TLF] ontleend aan Arabisch al-anbīq ‘de vaas, het vat’, ontleend aan Grieks ambix ‘vaas’. Een andere, minder waarschijnlijke verklaring is dat het zou gaan om bier uit Lembeek, tot 1795 een vrije heerlijkheid zonder tolrechten en accijnzen, waar dus veel brouwers en alcoholstokers gevestigd waren; lambiek zou dan ontstaan zijn via de Franse uitspraak van Lembeek, maar de i is daarmee niet goed te verklaren.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lambiek [biersoort] {voor 1869} vermoedelijk genoemd naar de brouwketels (vgl. alambiek).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

lambik m., uit alambik = distilleerkolf.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

lambiek (van Latijn alambicum)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

lambiek ‘Vlaamse biersoort’ -> Frans lambic, lambick ‘Vlaamse biersoort’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lambiek biersoort 1865 [WNT uitzet]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut