Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lafenis - (het laven)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

laven ww. ‘verkwikken door drank, sterken’
Mnl. laven ‘verkwikken, laten drinken’, in als si gelauet wesen woude ‘als zij gelaafd wilde worden, wilde drinken’ [1265-70; CG II], overdrachtelijk in daer gi mede lauet har herte ‘waarmee gij haar hart verkwikt’ [1265-70; CG II].
Oude ontlening aan Latijn lavāre ‘wassen, baden’, met al voor de schriftelijke Nederlandse overlevering een betekenisovergang naar ‘verfrissen, verkwikken’. Zie ook → lavement.
Os. laƀōn ‘verfrissen’ (mnd. laben); ohd. labōn ‘wassen, verfrissen’ (mhd. ‘wassen, bevochtigen, verfrissen, vee doen drinken’, nhd. laben ‘verfrissen, verkwikken’); nfri. lauwgje [t/m 17e eeuw]; oe. (ge)lafian ‘wassen door het gieten van water’ (ne. (formeel) lave ‘(be)spoelen, baden’).
Latijn lavāre verwant met: Grieks loúein ‘wassen’; Oudiers lūaith ‘potas als wasmiddel’; Armeens loganam ‘baden’; < pie. *leuh3- (IEW 692), waaruit binnen de Germaanse talen de afleidingen oe. lēaþor ‘waspoeder’ en on. lauðr ‘id.’, en zie → loog.
lafenis zn. ‘verfrissing’. Mnl. lavenesse ‘geestelijke troost’ [1300-25; MNW-R], ‘verfrissing, iets te drinken’ in coude ende hitten bevoelen, sonder lavenesse ende sonder coelen ‘kou en hitte voelen zonder verfrissing en zonder verkoeling’ [1400-20; MNW-R]; vnnl. overdrachtelijk in eten, drincken, berninge, cleederen ende andere laeffenissen ‘eten, drinken, brandstof, kleding en andere benodigdheden’ [1521; WNT], eenig water, of lavenis ‘water of andere drank’ [1676; WNT]. Afleiding van laven met het achtervoegsel → -nis. ♦ laveloos bn. ‘stomdronken’. Nnl. laafloos ‘zonder gelaafd te worden’ in dat die oude vrou ... genoegsaam laafloos ... was gestorven ‘... vrijwel uitgedroogd ...’ [1760; WNT tormenteeren], laveloos ‘in hoogste staat van dronkenschap, stomdronken’ [1872; Navorscher 22, 427]. In de oude betekenis ‘zonder gelaafd te worden’ is het woord een afleiding van → laven met het achtervoegsel → -loos. Bij de jongere betekenis ‘stomdronken’ gaat het om hetzelfde woord: onlesbare dorst leidt tot een hoge staat van dronkenschap. De Coster (2002) meent echter dat laveloos een gewestelijke uitspraak is van lijveloos, een afleiding van → lijf en in de 17e eeuw een gewoon woord voor ‘ten dode opgeschreven; dood’. Dat woord is echter reeds lang verouderd en kwam in de 19e eeuw alleen nog voor in de Zaanstreek (WNT), in de betekenis ‘machteloos, hulpeloos’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

lafenis znw. Afl. van laven. Sedert het Mnl. Mnd.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal