Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lafbek - (laf persoon)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

lafbek: flauwerik (in deze betekenis verouderd); (thans) vreesachtig persoon, lafaard.

Wat! moest ik als een lafbek zijn blijven staan, kijken, hoe kwalijk zij haar kind behandelde? (Jacob van Lennep, De pleegzoon, 1833)
Ik veracht mezelf, ik ben een lafbek. (Jan Wolkers, Brandende liefde, 1981)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut