Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

laf - (vreesachtig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

laf bn. ‘flauw van smaak; zonder durf, vreesachtig’
Mnl. hoer broet backen te laf van water ‘hun brood door (een teveel aan) water te week bakken’ [1400-20; MNW-R], dat laffe gemeede ‘het zwakke gemoed’ [ca. 1475; MNW]; vnnl. een laf weder ‘slap, warm weer’ [1573; Thes.], laf ‘slap, zwak; lauw’ [1599; Kil.], laf van smaecke ‘flauw van smaak’ [1599; Kil.]; nnl. laf ‘slap, niet flink, kleinzielig’ en vooral ‘vreesachtig, bang’, in hoe is myn hart zo laf, dat ik ... [ca. 1720; WNT], een laf, onedel jongeling [ca. 1782; WNT].
Nnd. laff ‘smakeloos, flauw’ (waaruit nhd. laff ‘id.’); nfri. lef ‘zonder moed; zouteloos’; < pgm. *lafa-. Mogelijk houdt dit verband met de Noord-Germaanse werkwoorden nijsl. lafa ‘hangen’ en nno. lave ‘doorbuigen (van takken)’. Zie ook → labbekak.
Verdere herkomst onduidelijk. Uit pgm. *lafa- reconstrueert men een wortel pie. *lh2p-, maar zeker verwante woorden buiten het Germaans ontbreken. Opvallend is de slechts in de slotmedeklinker afwijkende wortel pie. *(s)leh2b-, waaruit o.a. Litouws slõbti ‘slap worden’ en uit de nultrap → slap en misschien ook → lap. Het geringe verspreidingsgebied kan wijzen op herkomst uit een Noordwest-Europese substraattaal, maar een belangrijk kenmerk van zulke woorden, namelijk onregelmatigheid binnen de Germaanse vormen, is niet aanwezig. Misschien is *lafa- gewoon een klankexpressieve wortel.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

laf1* [vreesachtig] {1401-1425} middelnederduits laf, fries laf, lef [flauw], oudnoors lafa [slap bungelen], vgl. labben [likken].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

laf 2 bnw., mnl. laf ‘slap, flauw, krachteloos’, westf. laff ‘flauw’, oostfri. laf, fri. laf, lef ‘krachteloos’. — gr. lobós ‘peul, oorlel’, lat. labeō ‘wankelen’, labes ‘neerzinken, ondergang; arbeid’ en met s-: lit. slobstù, slõbti ‘slap worden’. — Zie ook: labberen, lap en lip.

Deze woorden gaan terug op idg. wt. *(s)lep: *(s)lāp. Daarnaast staat echter ook *(s)leb: *(s)lāb, waarvoor zie: lap, slap en slapen (IEW 655-657). — Een genasaleerde wortel steekt in slampampen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

laf II bnw., mnl laf (ff) “slap, flauw, krachteloos”. = westf. laff “flauw”, oostfri. laf, fri. laf, lef “id.”, Zaansch lef “slap”. Verwant is on. lafa “hangen aan, neerhangen, niets uitvoeren”. Vgl. nog zw. labba “hangen” en nld. labberen. Dit laf-, labb- wordt wel als een wisselvorm van de bij lap besproken basis idg. leb-, lob- beschouwd; het zal echter veeleer in ablaut staan tot lit. al͂pti enz. (zie lucht).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

laf 1 bijv., Mnl. id. + Ndd. id., bij labben = slap neerhangen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

laf ‘vreesachtig; flauw’ -> Frans dialect laflatche ‘dikke, vadsige vrouw’; Papiaments laf ‘saai; (verouderd) lafhartig’.

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

laf. Een emigrant merkt op:

In het Papiamento worden vrij veel Nederlandse woorden gebruikt, soms omdat er geen Papiamento woord voorradig is, soms omdat gestudeerde Arubanen veel Nederlands door de taal heen mengen, maar ook dikwijls omdat woorden overgenomen zijn. Bo ta druip (je zakt) of bo ta slaag (je slaagt) voor je examen. Je belt met een telefoon en bezoekt de dokter di cas (huisarts). Alle maanden zijn in het Nederlands en bo tin pret betekent dat je lol hebt. Iets dat saai of stom is, is laf.

Hij voegt hieraan toe dat de voorbeelden afkomstig zijn van Aruba. 'Het Papiamento van Aruba verschilt van het Papiamentu van Curaçao. Op Curaçao schrijft men fonetisch, op Aruba etymologisch.' Bovengenoemde voorbeelden worden op Curaçao gespeld als: bo ta drùip, bo ta slag, telefòn, dòkter di kas. Hij eindigt met: 'Er zijn nog véél meer Nederlandse leenwoorden in het Papiaments. Ik denk wel zeker te weten dat het Papiaments de taal is met de meeste Nederlandse woorden.'

In het Nederlands betekende laf vroeger ook 'niet geestig, zouteloos'; zo sprak men in de achttiende en negentiende eeuw over 'laffe, smakelose en zelfs walgelyke vermakelykheden', 'zoutlooze, laffe schriften', 'een wreede en laffe grap'. Dit gaat in de richting van 'saai', maar die betekenis zal in het Papiaments zijn ontstaan. Het is bovendien de énige betekenis die het woord laf in het Papiaments heeft.

Ook verschillende andere informanten wijzen op het grote aantal Nederlandse leenwoorden in het Papiaments. Zo merkt een andere emigrant op:

Er zijn dagelijks Nederlandse leenwoorden te horen in een gesprek of op de radio en te lezen in de krant, vooral woorden die met organisatie, bestuur, techniek te maken hebben en woorden die men in het Papiaments niet heeft, zoals eigenlijk. Het Papiaments staat op het ogenblik onder invloed van Spaanssprekende immigranten. Dat zou op termijn van invloed kunnen zijn, maar vooralsnog blijven Nederlandse woorden in zwang, zoals bestuurscollege, pèn en pòstkantor.

Uit illustratie 16 blijkt inderdaad dat een Nederlands woord als postkantoor heel gewoon is op een verkeersbord in het Papiaments: de tekst Kumpra bo number di outo na Postkantor! betekent 'Koop je/uw nummerplaat op het postkantoor'.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

laf* vreesachtig 1401-1425 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut