Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

laden - (belasten, bevrachten; voorzien van munitie)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

laden ww. ‘belasten, bevrachten; voorzien van munitie’
Mnl. laden ‘laden, voorzien van een vracht’, ook overdrachtelijk in ombe dat ... newillen wise el niewerincs mede laden ‘omdat ..., willen wij ze nergens anders mee belasten’ [1236; CG I], dit hout te ladene ‘dit hout te laden’ [1286; CG I], dat men loede die scepen ‘dat men de schepen zou laden’ [1340-60; MNW-R], ‘een wapen voorzien van munitie’ in mit ... geladener armborst ‘met geladen handboog’ [voor 1423; MNW]; vnnl. den pijle op eenen gespannen boge leggen ende laden [1502; Stall. II], geladen stucken ‘geladen kanonnen’ [1599; WNT]; nnl. ‘voorzien van elektrische energie’ [1877; WNT].
Os. hladan (mnd. laden); oe. hladan (ne. lade); ofri. *hletha, *hleda (alle verl.deelw. hleden, hleen) (Noord-Fries leese; maar nfri. lade < nnl.); alle ‘bevrachten’ e.d.; < pgm. *hladan-; zonder grammatische wisseling: ohd. (h)ladan (nhd. laden); on. hlaða (nzw. ladda); got. afhlaþan ‘overbelasten’; < pgm.*hlaþan-.
Verwant met: Litouws klóti ‘bedekken’; Oudkerkslavisch klasti ‘zetten, leggen’ (Russisch klast'); bij de wortel pie. *kleh2- ‘neerleggen, -zetten’ (LIV 362), waarbij het Germaanse werkwoord teruggaat op een uitbreiding pie. *kleh2-t- (pret.).
Bij uitbreiding ontstond later ook de technische betekenis ‘voorzien van elektrische energie’.
Laden was oorspr. een sterk werkwoord, de verleden tijd was mnl. loed/loeden (vergelijk nog steeds Duits lud(en) bij laden); het verl.deelw. heeft de sterke vorm geladen behouden. Ook in sommige andere Germaanse talen is het woord zwak of gedeeltelijk zwak geworden.
lading zn. ‘vracht; vulling van vuurwapen; voorhanden elektriciteit in toestel’. Mnl. ladinge ‘de handeling van het laden’ in de ladinghe van eere crake ‘het laden van een kraak (schip)’ [1376-89; MNW]; vnnl. ladingh ‘scheepslading’ [1618; WNT zwavel I], ‘vulling voor een vuurwapen’ in dese ladinghe ... van een stuck groot gheschut [1625; WNT voorslag I]; nnl. lading ‘aanwezige electriciteit’ in positieve lading [1885; WNT]. Afleiding met → -ing van laden. In het Middelnederlands werd in de concrete betekenis het woord → last gebruikt.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

laden* [bevrachten, inladen] {1236 in de betekenis ‘bevrachten’; de betekenis ‘kogels indoen’ 1599} oudsaksisch, oudengels hladan, oudhoogduits (h)ladan, oudfries hlada, oudnoors hlaða, gotisch hlaþan; buiten het germ. litouws kloju, lets klāju [ik spreid], oudkerkslavisch kladǫ [ik leg].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

laden 1 ww., mnl. lāden (sterk ww.), os. oe. hladan, ofri. hlada en met gramm. wiss. ohd. hladan, on. hlaða, got. afhlaþan. Daarnaast abl. onfrank. hlōthu ‘buit’, mhd. luot v. ‘last, menigte’, oe. hlōð v. ‘buit, bende’, — lit. klóju, klóti ‘uitbreiden, uitspreiden’, lett. klâju, klât ‘id.’, osl. kladą, klasti ‘laden, leggen’ (IEW 599).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

laden ww., mnl. lāden (sterk). = ohd. (h)ladan (nhd. laden), got. hlaþan (in samenst.) “laden” of = ags. hladan (eng. to lade) “id.”. Deze laatste hebben de consonant, die oorspr. alleen aan ʼt praet. mv. en ʼt verl. deelw. toekwam, germ. ð, wgerm. d, algemeen gemaakt. Voor ofri. *hlada (alleen ʼt verl. deelw. komt voor) geldt wsch. hetzelfde. On. hlaða “laden” kan þ of ð hebben. Met ablaut onfr. hlôthu “praeda”, mhd. luot v. “last, menigte, schaar”; ags. hlôð v. “buit, bende, schaar”; voor de bet. vgl. ndl. een pak dieven. Zie ook lade en last. Germ. χlôþ-, χlaþ-, idg. qlât- of qlôt-: qlət- is een verlenging van de idg. basis qlâ- of qlô-, waarvan lit. klóju, klóti “toedekken” en met balt.-slav. d- (idg. dh-)formans lit. ùż-klodas “deken”, obg. kladą, klasti “laden, leggen”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

laden o.w., Mnl. id., Os. hladan, + Ohd. hladan (Mhd. laden, Nhd. id.), Ags. hladan (Eng. to lade), Ofri. hlada, On. hlađa (Zw. ladda, De. lade), Go. hlaþan: Germ. wrt. hlaþ + Osl. kladą = laden, Ru. kladĭ = last: Idg. wrt. kladh. Geen verband met Hgd. laden = uitnoodigen (z. loeder).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2laai ww.
1. 'n Las of vrag op iemand of iets lê. 2. Met ammunisie vul. 3. 'n Toestel van elektrisiteit voorsien. 4. (rekenaarwetenskap) 'n Rekenaar aktiveer of elektroniese data m.b.v. 'n rekenaar oordra.
In bet. 1 - 3 uit Ndl. laden (al Mnl.). Bet. 4 is 'n leenbetekenis van Eng. load.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

laai II: ww., ’n las op iemand/iets plaas; Ndl. laden (Mnl. laden), Hd. laden, Eng. lade (vgl. “bill of lading”, ondanks ooreenkoms in bet. wsk. geen verb. m. load nie).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

laden ‘bevrachten, inladen; kogels indoen; een elektrische lading geven’ ->? Fries lade ‘bevrachten, inladen; kogels indoen’; Zweeds ladda ‘opladen, verbruiken, (fig.) beladen zijn’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins ladata ‘kogels indoen; opladen van een accu of een pc-programma’ ; Menadonees layen ‘opladen (elektrische apparaten)’; Petjoh lajen ‘bevrachten, inladen; kogels indoen’; Negerhollands lādǝn, ladin ‘bevrachten, inladen’; Sranantongo lai ‘bevrachten, inladen’; Saramakkaans lái ‘bevrachten, inladen’; Sarnami láde ‘beladen, vol laden, inladen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

laden* bevrachten, inladen 1236 [CG I1, 20]

laden* kogels indoen 1599 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut