Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

labyrint - (doolhof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

labyrint zn. ‘doolhof’
Vnnl. labyrinth “eenen dool hof” [1553; Van den Werve], labyrinthen waren plaetsen met sulcke verwerde ommewegen, dat ... ‘labyrinten waren oorden met zulke ingewikkelde omwegen, dat’ [1560; Geillyaert], bij overdracht ‘lastige of ingewikkelde situatie, waaruit moeilijk een uitweg is te vinden’ in menigh ydel weerelds kind dwaelt in desen labyrinth, ... weet niet wat hy kiesen wil [1629; WNT gepeins]; nnl. labyrint ‘deel van het binnenoor’ [1868; WNT venster], ‘bouwwerk, park (e.d.) in de vorm van een doolhof’ [1910; WNT].
Via Latijn labyrinthus ontleend aan Grieks labúrinthos ‘het Labyrinth van Knossos; complex gebouw in Egypte, Klein-Azië of Kreta; ingewikkelde zaak’. Dit is een leenwoord uit een voor-Griekse taal, met onduidelijke verwanten. Men vermoedt vaak een samenhang met lábrus ‘dubbelbijl’, een wapen dat als koninklijk symbool diende; de letterlijke betekenis was is dat geval ongeveer ‘het gebouw van de dubbele bijl’.
Met Grieks lábrus zijn wellicht verwant: Armeens tapar ‘bijl’; Perzisch tabar ‘bijl’; Hittitisch tapar ‘heersen, regeren’, labarna- ‘heerser’. De wisseling d/l wijst op niet-Indo-Europese herkomst. Anderen verbinden labúrinthos met Grieks laúrā ‘(nauwe) gang’, eveneens een voor-Grieks substraatwoord.
Het Griekse woord komt voor het eerst voor in het Myceens (15e-13e eeuw v. Chr., als daburinthos of daphurinthos) in een verhaal uit de Griekse mythologie, waarin de stiermens Minotauros gevangen werd gehouden in het Labyrinth van Knossos op Kreta, ontworpen door uitvinder en architect Daidalos. Wegens de complexe plattegrond van dat bouwwerk ontstond al in het Grieks de algemenere betekenis ‘doolhof’ en werden bijv. ook onderaardse bouwwerken in Egypte met dit woord aangeduid.
In de periode van het humanisme begon men doolhoven aan te leggen in tuinen en werd het woord overgenomen in de moderne talen. De betekenis ‘deel van het binnenoor’ is geïntroduceerd door de Italiaanse anatoom Gabriello Fallopio (1523-1562). In het Nederlands maakt men soms onderscheid tussen labyrint ‘een enkele slingerende route zonder zijwegen’ en → doolhof ‘padenstelsel met splitsingen en doodlopende wegen’.
Lit.: W. Geillyaert (1560), Dat constelijck ende costelijck Boecxken, Moriae Encomion: Dat is, een Lof der Sotheyt (vertaling van D. Erasmus), Emden, 84a

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

labyrint [doolhof] {1650} < latijn labyrinthus < grieks laburinthos [het Labyrint van Knossos, doolhof, ingewikkelde zaak], vermoedelijk myceens da-pu-ri-to, verwant met labrus [dubbele bijl], een teken van vorstelijke waardigheid, dat op Kreta een belangrijke functie in de godsdienst had; het woord laburinthos is van vooraziatische herkomst; de uitgang -inthos is kleinaziatisch, vgl. verder armeens tapar, perzisch tabar [bijl], hettitisch labarna- [heerser], tapar- [regeren].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

labirint s.nw.
Doolhof.
Uit Ndl. labyrint (1650). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902) in die vorm laberint.
Ndl. labyrint uit Latyn labyrinthus.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

lawwerint: meest. mv. en in verbg.: in die lawwerinte, (dial. v.) moeilikheid, “volkse” vorm v. labirint; Ndl. labyrint (blb. sedert 17e eeu), Eng. labyrinth, Fr. labyrinth uit Lat. labyrinthus, Gr. laburinthos, “doolhof”; herk. onbek.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

labyrint (Latijn labyrinthus)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Labyrinth (Gr. l aburinthos) was bij de oude Grieken een met allerhande houtsoorten beplante vlakte, waartusschen tal van kleine gebouwen stonden en zoo verdeeld, dat wie er inkwam er zonder gids niet meer uit kon. Dergelijke labyrinthen vond men op Creta, Lemnos en in Egypte. De afleiding van dit woord is nog niet opgehelderd. Later beteekende het een gebouw of een onderaardsche ruimte, waarin men door de vele gangen of vertrekken licht verdwalen kan. Een der beroemdste was het labyrinth op Kreta (bij Vondel “der Kretensen doolhof” genoemd), waarin de Minotaurus (z. d. w.) zich ophield. Dit labyrinth heeft echter alleen in de verbeelding der dichters bestaan. Een ander beroemd labyrinth was het Egyptische, dat 1500 kamers boven en evenzooveel beneden den grond moet gehad hebben. Van dit bouwwerk zijn in 1888 de grondslagen teruggevonden in de nabijheid van een pyramide, waarin de stichter van het labyrinth begraven werd.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

labyrint ‘doolhof’ -> Indonesisch labirin ‘doolhof’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

labyrint doolhof 1650 [MEY] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut