Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kwezel - ((overdreven) vroom iemand)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kwezel* [vroom iemand] {1625 als ‘katholieke vrouw die gelofte van kuisheid heeft gedaan maar niet tot een orde behoort’; de huidige betekenis 1632} van kwezelen [kleinigheden doen], ouder queselen {1588} vgl. middelnederlands queteren [beuzelpraat uitslaan]; klanknabootsend gevormd.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kwezel znw. v., sedert Cats, maar ook westf. kwiəsel, kwissel ‘geestelijke zuster’. Zal wel gevormd zijn van kwezelen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kwezel znw., sedert Cats. Ook in aangrenzende du. diall., bijv. westf. kwiəsel, kwissel v. “geestelijke zuster”. Wsch. gevormd van

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

kwezel. Holthausen GRM. 17, 67 vergelijkt on. kvisa ‘fluisteren’, holst. quêsen ‘mopperen, gemelijk zijn’, elz. queisen ‘klagen, jammeren’. Het eerste is eerder een onomatop. vorming dan, zoals Holthausen wil, verwant met got. qainon, on. kveina, ags. cwânian ‘klagen’ en on. kvîða ‘angstig zijn’, ags. cwîðan, os. quîðian ‘weeklagen’; holst. quêsen, elz. queisen kunnen hierbij behoren, maar ook jonge vormingen zijn, aansluitende bij oudere woorden met kw-, evenals in het art. voor kwezelen is verondersteld. Bij het opkomen van dit laatste heeft misschien ook mnl. (nnl. dial.) vēselen ‘fluisteren, inblazen; mopperen’ (zie † veziken Suppl.) medegewerkt.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kwezel v., + Ndd. kwiesel: van kwezelen; vergel. dial. dibbe van dubben.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

kwezel, zn.: pannenlap. Vgl. Vnnl. queselen ‘zich met beuzelingen bezighouden’ (Kiliaan). Klankexpressief woord met kw-.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

kwezel, zn.: pannenlap. Vgl. Vnnl. queselen ‘zich met beuzelingen bezighouden’ (Kiliaan). Klankexpressief woord met kw-.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

kwezel: overdreven vroom iemand. Er bestaat een gezegde geen groter ezel dan een kwezel. Fransen noemen een kwezel un cul-bénit of une Sainte-Nitouche.

Ik mag voor my zelf niets lezen, dan ’t geen zy goed keurt; uwe Julia Mandeville heeft die vinnige kwezel op ’t vuur gebruit; och ja, voor myn’ oogen deedt zy het. (Betje Wolff en Aagje Deken, Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart, 1782)
Die oude kwezel? (De Groene Amsterdammer, 02/11/1884)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kwezel ‘(overdreven) vroom iemand’ -> Frans dialect cwézèle ‘nufje’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kwezel* (overdreven) vroom iemand 1632 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal