Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kwelwater - (water dat door een dijk sijpelt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kwellen 2 ww. ‘doorsijpelen, uit de grond opwellen’
Mnl. qwellen ‘opwellen, opborrelen’, in qwellen, opspryngen als water uter erden of uten berghe [1477; Teuth.] en ‘zwellen’ in qwellen, swellen [1477; Teuth.]; nnl. kwellen in de afleiding kwel ‘het doordringen van water’ in overstrooming, het gevolg eener doorsijpeling of kwel [1835; WNT], kwellen ‘doorsijpelen, opwellen’ in water dat ... onder door deze (dijken en kaden) heen kwelt [1884; WNT].
Os. quellian; mnd. quellen ‘opzwellen, opspringen van vreugde (van het hart’); ohd. quellan ‘zwellen’ (nhd. quellen ‘opborrelen, opwellen; opzwellen’; wrsch. ook oe. (ge)collen ‘gezwollen’ in collenferhð ‘kloek, trots’); < pgm. *kwel-nan-, zie ook → kwal.
Pgm. *kwel- is verwant met: Sanskrit gálati ‘druppelt af, verdwijnt’; < pie. *gwelH- ‘druppelen, stromen’ (LIV 207).
Dezelfde wortel kwel- komt al veel eerder voor in de samenstelling queldam ‘kweldam, dam binnen een dijk om kwelwater tegen te houden’ in an dien Leckedike selmen houden also gedane quelledamme ‘bij de Lekdijk moet men een zodanige kweldam hebben’ [1284; VMNW]. Omdat kwellen tussen eind 16e en eind 19e eeuw alleen in woordenboeken maar niet in citaten wordt aangetroffen, is het wrsch. tweemaal ontleend aan Duits quellen.
kwelder zn. (NN) ‘buitendijks land’. Nnl. kwelder [1803; Weiland], inpoldering van kwelders en slikken [1858; WNT slik II]. Wrsch. een afleiding van kwellen; de betekenis is dan ‘grond waar veel water opwelt of doorsijpelt, moerassig land’, of mogelijk, met het land als onderwerp van kwellen, ‘land dat uit het water omhoogkomt’ (Toll.). Het woord komt alleen voor in het Noord-Nederlands, het Fries en het Nederduits en wordt gebruikt aan de Waddenkust voor wat elders gors heet, zie → gors 2, of schor, zie → schor 2. ♦ kwelwater zn. (NN) ‘water dat door een dijk heen sijpelt’. Nnl. om het kwelwater ... 2 voet hoog op te maalen [1778; WNT voormolen], het vele kwelwater, dat door de dijken dringt, is voor de meeste polders eene zware plaag [1917; WNT verbetering]. Gevormd uit kwellen en → water.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kwelwater ‘water dat door de dijk sijpelt, drangwater’ -> Duits dialect Qualmwater ‘water dat door de dijk sijpelt, drangwater’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut